Volledig scherm
Minister Wouter Koolmees, SER-voorzitter Mariëtte Hamer en onderhandelaars van werkgevers en werknemers bij de presentatie van het pensioenakkoord. © Maarten Hartman. foto@maartenhartman.nl.

Nog heel veel vragen over het aanvullend pensioen

OpinieEr is een akkoord maar het is de vraag of afspraken over pensioenen ook snel kunnen worden omgezet in wetgeving. Dit ingezonden artikel is geschreven door John Ruben. Hij is gepensioneerd directeur pensioenzaken en actuaris van het Philips Pensioenfonds.

Kabinet en sociale partners hebben een akkoord bereikt over een nieuw pensioenstelsel. De leden van de vakbonden moeten nog wel, via een referendum, hun mening geven. Als zij akkoord gaan, volgt nog een lang traject van verdere uitwerking alvorens afspraken in wetgeving worden omgezet. Mocht er geen akkoord komen, dan zijn we terug bij af.

De cruciale vraag bij het voorlopige akkoord is nu in hoeverre er voldoende evenwichtigheid bestaat tussen de gemaakte afspraken met betrekking tot de AOW, de zware beroepen en de zzp'ers enerzijds en de gevolgen van de wijzigingen in het aanvullende pensioenstelsel anderzijds.

Nog even de belangrijkste afspraken op een rijtje. De ingangsdatum van de AOW blijft gedurende een paar jaar op de huidige leeftijd, 66 jaar en 4 maanden. Daarna wordt de ingangsleeftijd beperkter dan in de huidige wettelijke regeling gekoppeld aan de ontwikkeling van de levensverwachting. Om een eerder pensioen voor zware beroepen mogelijk te maken, wordt de bestaande wettelijke boete tot een uitkeringsniveau van maximaal 19.000 euro onder bepaalde voorwaarden afgeschaft. Voor zzp'ers komt er een in principe verplichte regeling voor arbeidsongeschiktheid en worden de (fiscale) regels om pensioen op te bouwen versoepeld. De voorgestelde aanpassingen van het aanvullend pensioen behelzen onder meer de afschaffing van de doorsneepremie, een nieuw pensioencontract waarin de bestaande nominale zekerheid wordt losgelaten, onderscheid wordt gemaakt tussen de pensioenopbouw voor jongere (hoger) en oudere deelnemers (lager) en een duidelijker regeling voor het nabestaandenpensioen.

De vakbonden hebben met de noodzakelijke politieke steun zwaar ingezet op de maatregelen met betrekking tot de AOW, de zware beroepen en de zzp'ers. Met het voorlopig akkoord en de voorgestelde aanpassingen lijken zij tevreden. De aanpassingen zijn ook concreet en de gevolgen duidelijk.

Compensatieregeling

Dat geldt in veel mindere mate voor de afspraken over de aanpassingen in het aanvullende pensioenstelsel. Op welke wijze wordt inhoud gegeven aan het nieuwe pensioencontract waarbij de nominale zekerheid wordt losgelaten? Sneller indexeren van de pensioenen maar ook meer kans op kortingen. Hoe werkt de compensatieregeling (geschatte kosten 60 miljard!) uit voor de oudere actieve deelnemers die minder pensioen gaan opbouwen? Aanwending van de nu bestaande buffers bij de pensioenfondsen wordt als mogelijke financieringsbron genoemd. Dat lijkt tot een complexe situatie te leiden omdat die buffers, voor zover aanwezig, per pensioenfonds aanzienlijk verschillen. Wat betekent dit voor de deelnemers? Wordt de eventuele potentie om te indexeren voor alle deelnemers aangewend voor de compensatieregeling voor actieve deelnemers? Is dat evenwichtig gezien de belangen van de pensioengerechtigden?

Een belangrijk punt is ook hoe wordt omgegaan met de reeds opgebouwde pensioenen van actieve en al gepensioneerde deelnemers. Daarvoor blijft de nu geldende strenge regelgeving van kracht zolang zij niet zijn 'ingevaren' in het nieuwe pensioencontract. Gezien eerdere discussies is dat een complex probleem en zeker nog geen gelopen race. De recente adviezen van de commissie-Dijsselbloem over de toe te passen rekenrente leggen daar nog meer druk op. Komt er op tijd een tijdelijke overgangsmaatregel om te voorkomen dat er voor een grote groep deelnemers toch kortingen op de pensioenen gaan plaatsvinden en/of tijdig eerdere indexaties kunnen plaatsvinden?

Vooruitzicht

Die afspraken moeten nader worden uitgewerkt door een stuurgroep van kabinet en sociale partners aangevuld met pensioendeskundigen. Krijgen we daarmee niet een herhaling van de eindeloze discussies die in het afgelopen decennium in de SER zijn gevoerd? Een weinig positief vooruitzicht.

Samenvattend houdt het pensioenakkoord een aantal concrete maatregelen in voor de AOW, de zware beroepen en zzp'ers. Met betrekking tot de afspraken voor een nieuw aanvullend pensioenstelsel blijft vooralsnog grote onzekerheid bestaan waar deze toe zullen leiden. Wie gaat de overgangskosten betalen? Hoe werken de afspraken uit naar de diverse pensioenfondsen en hun deelnemers? Er bestaan grote verschillen in deelnemerssamenstellingen en financiële posities.

De voorlopige afspraken moeten in de SER worden uitgewerkt alvorens er nieuwe wetgeving komt. Maar wetgeving is wel nodig om in ieder geval de dreigende kortingen te voorkomen. Gezien de complexiteit van de nog uit te werken afspraken is het maar de vraag of dit allemaal op korte termijn zal lukken en of dit tot de gewenste situatie zal leiden. Een situatie die recht doet aan behoud van de goede elementen van ons bestaande pensioenstelsel waar veel deelnemers, actief of met pensioen, van kunnen profiteren en waar bepaalde groepen deelnemers niet de dupe van worden. Dat risico is niet nihil.

Betrokkenheid van de verschillende groepen deelnemers, actief of gepensioneerd, bij de verdere uitwerking is een must om de verschillende belangen op evenwichtige wijze te kunnen behartigen.