Volledig scherm
PREMIUM
© MARTIJN BEEKMAN

Of dat nou bot was, dat wittige harde stukje

Column Petra BiesVaak had ik de verleiding al weerstaan, maar nu was ik dan toch met te veel honger het kantoor uitgelopen voor een lunchwandelingetje langs het plein waar elke donderdag een poelier staat met een wagen vol heerlijk ruikende kippetjes van het spit. De ene na de andere collega ging overstag, dus vanzelfsprekend kwam  ik ’s avonds - tegen biologisch beter weten in - thuis met een zak kippenpoten.

De kinderen bekeken de inhoud van de zak aandachtig. Ze houden vooral van worst en schnitzel. Op dier gelijkend vlees hadden ze zodoende nog nooit op hun bord gezien. De peuter haalde er nuffig zijn neus voor op en hield het bij zijn niet tot wat voor ‘n dier dan ook te herleiden vissticks. De kleuter daarentegen begint steeds beter in de gaten te krijgen wat lekker is en wilde het wel proberen. Zij het aarzelend. Of dat nou een bot was, dat wittige harde stukje waar zijn vork op stuitte? Dat viel niet te ontkennen. Maar hoe was die kip dan doodgegaan? Die hadden we even niet aan zien komen. ‘Een spuitje’, antwoordde vriendlief vlug, het echte antwoord ontwijkend om enge dromen en de daarmee gepaard gaande nachtelijke ellende te voorkomen.