Volledig scherm
PREMIUM

Ontmoetingen op het Rulse Laarzenpad

ColumnOm onze jonge hond te leren wennen aan de auto, heb ik hem achterin gezet en ben naar de Rulse Dijk in Heeze gereden. Ik ga een deel van het Rulse Laarzenpad lopen. Bijzonder, je wandelt recht van de Strabrechtse Heide zo het beekdal in. Een uitzonderlijke combinatie. Ik ben door een betoverend kleinschalig landschap aan het lopen en vraag me af waarom ik hier niet vaker kom. Zo dicht bij huis.

Ik spreek een mij bekende vogelaar vlakbij het brugje over de Kleine Dommel. We spreken elkaar regelmatig over wat we allemaal tegenkomen op vogelgebied. Hij vraagt me of ik de fluiter al heb gehoord. Die moet toch onderhand terug zijn. Nee, ik heb hem nog niet gehoord, het wordt minder. Zijn kenmerkende riedeltje in onze loofbossen is aan het verdwijnen. We horen en zien nog wel de koekoek die koek zit te koeken in de dode top van een joekel van een populier. Ik word nog nageroepen dat er een boomvalk door de lucht scheert, maar die is, als ik me omdraai, al uit het zicht verdwenen. Een roofvogel met de looks van een grote gierzwaluw. Ik steek het bruggetje over en zie links in de wei een roodborsttapuit op een paaltje en daarachter een putter. Overal de zang van de grasmus en in de verte de ‘Beethovenzang’ van de geelgors. Eenden vallen in een weiland in.