Volledig scherm
Daphne Broers. © Joost Hoving

Op weg naar de stad voortaan ook geen hoi meer van mijn kant

ColumnIk kom haar sinds kort bijna dagelijks tegen op mijn wandelroute tijdens de lunchpauze. Ik ben meestal op weg naar de stad, zij gaat terug of heen richting wat voor bestemming dan ook. Laten we haar Johanna noemen.

Johanna heeft appelwangen, halflang grijs piekhaar en ze is heel erg groot. Maar echt: heel erg groot. Ik denk dat ze met gemak de twee meter aantikt. In haar rechterhand heeft ze altijd een plastic tas van de Jumbo. Zo op het eerste gezicht leek er weinig loos. We hadden een duidelijke relatie, waarmee we alle twee tevreden leken te zijn. Ik zag Johanna, Johanna zag mij. Niks meer, niks minder.

Het ging mis toen mijn verwachtingen richting Johanna groeiden. Al na een paar vluchtige ontmoetingen kreeg ik de neiging om toch iets van warmte uit te wisselen. Eerst met oogcontact plus glimlach, maar daar reageerde Johanna niet echt op. Ze keek strak de andere kant uit, of naar de grond, of naar haar Jumbozak. Haar ontwijkende gedrag irriteerde me, maar ik besloot me niet zo maar uit het veld te laten slaan. Ik ging hoi-en.

Tegen de verwachting in landde de eerste hoi verrassend goed. Ik kan niet zeggen dat er een uitzinnig enthousiaste versie terugkwam - eerder een nogal achteloze, dun gemompelde - maar er was een begin gemaakt. Bovendien ben ik niet erg veeleisend. Een hoi is een hoi.

Na een stuk of zes hoi-en vond ik het tijd voor wat initiatief van Johanna's kant. Om te testen of het eenrichtingsverkeer was, of dat zij ook wilde investeren. Ik kwam van een koude kermis thuis. De eerste gelegenheid die ze voorbij liet gaan, kon nog toeval zijn. Misschien zat ze met haar hoofd wel op een bountyeiland, of bij een stapel rekeningen die nog betaald moesten worden.

Maar na een tweede, derde en vierde hoi-loze reactie van haar kant, moest ik de waarheid onder ogen zien. Johanna vindt me niet hoi-waardig. Ze laat mijn hoi's gewoon te pletter slaan in de stilte. Inmiddels heeft mijn verontwaardiging plaats gemaakt voor een Johanna-achtige gelatenheid. Op weg naar de stad voortaan ook geen hoi meer van mijn kant.

Johanna heeft het zelf zo gewild.