Volledig scherm

Opinie - Hobbelige weg naar nieuw bestuur

OPINIE - Hans Kloosterboer was lid van de agglomeratie voor de PvdA in de periode 1976-1985.

Voormalig lid van agglomeratieraad plaatst kanttekeningen bij de oprichting van de Agglomeratie.Chris Paulussen meent dat burgemeester John Jorritsma van Eindhoven zich met zijn voorstel tot gemeentelijke herindeling wellicht twee keer bedacht zou hebben als hij beter op de hoogte was geweest van de recente geschiedenis van Zuidoost-Brabant (ED 17 januari). Het zou ook kunnen dat Jorritsma beter op de hoogte is dan Paulussen denkt. De chef-opinie schetst een nogal onvolledig beeld van oprichting en ondergang van de Agglomeratie Eindhoven. Als lid van de agglomeratieraad heb ik de volgende kanttekeningen:

1. De steun van de tien randgemeenten van Eindhoven aan de oprichting van de agglomeratie werd primair ingegeven door de wil om aan herindeling te ontkomen. De wens tot samenwerking kwam op de tweede plaats. Daarom koos men voor een raad met 30 benoemde wethouders en 30 uit en door de gemeenteraden gekozen leden.

2. Ook in 1976 was getrapte verkiezing al lang 'niet meer van deze tijd'. Het regionale pleidooi hiervoor was vooral gebaseerd op gemeentelijk eigenbelang en nauwelijks op het dienen van een bovengemeentelijk, regionaal belang.

3. Paulussen verwijt de Tweede Kamer dat die 'een bommetje onder de agglomeratie' legde door aanpassing van het wetsontwerp met rechtstreekse verkiezing. Maar de Kamer deed gewoon haar werk. Ook minister De Gaay Fortman vond bij de installatie van de nieuwe raad dat hiermee aan democratische eisen was voldaan.

4. Bij de behandeling van het wetsontwerp Agglomeratie Eindhoven besteedde de Tweede Kamer dermate veel tijd aan de wijze van verkiezing - er was stevig gelobbyd - dat voor een behoorlijke taakafbakening geen tijd meer overbleef. Dit bleek later een kapitale blunder.

5. Zo kwam er een elastieken taakomschrijving in de wet: voorzieningen op het gebied van volkshuisvesting, bedrijfsvestiging en werkgelegenheid, verkeer en vervoer, recreatie, milieuhygiëne, gezondheidszorg (en nog zes andere gebieden) worden, voor zover dit in het belang van de agglomeratie de voorkeur verdient, ... getroffen door of vanwege het bestuur van de agglomeratie.

6. Omdat de grootste partijen in de regio (CDA, VVD) slecht tegen hun verlies konden zetten ze vrijwel uitsluitend raadsleden en wethouders op hun kieslijsten. Zo werd de meerderheid van de agglomeratieraad toch uit de gemeenteraden gekozen. Obstructie tegen de invoering van een regionale milieudienst en andere zaken van regionaal belang was hiermee verzekerd, het bommetje van Paulussen en de blunder van de Tweede Kamer deden hun werk: vrijwel niets verdiende 'in het belang van de agglomeratie de voorkeur' van CDA en VVD met samen 39 van de 55 zetels.

7. Als je een regionaal bestuur wilt moet dat wat te besturen hebben. Toen de gemeenten dat effectief verhinderden poogde de agglomeratie een miniprovincie te worden. Dit had een vanuit Den Bosch geregisseerde beweging 'Brabant één!' tot gevolg: ook de provincie wilde geen bevoegdheden afstaan.

8. Een nieuw bestuursorgaan tussen twee bestaande besturen kan alleen succesvol opereren als het duidelijke taken en bevoegdheden bezit én wil gebruiken, macht en invloed worden nu eenmaal zelden vrijwillig gedeeld.

9. In 1985 werd dit tot mislukken gedoemde experiment bij wet beëindigd.

Het zou mij niet verbazen als John Jorritsma dit allemaal heel goed weet. Toen hij Statenlid was is het aantal gemeenten in Noord-Brabant gehalveerd, alleen Zuidoost-Brabant is toen niet aan de beurt gekomen: het getij was verlopen. Bestuurlijke processen hebben net als getijden een cyclisch karakter. Ik blijf er geboeid naar kijken.

ED gebruikt je persoonsgegevens om deze reactie te kunnen plaatsen. Meer informatie vind je in ons privacy statement