Volledig scherm
PREMIUM
Mari de Bijl. © Joost Hoving

Over de stuifzanddwarrel en de heidedwarrel

ColumnDe stuifzanddwarrel, mits gemarineerd een goed eetbare vogel, wordt ongeveer 27 centimeter groot. Het is de zeldzaamste niet-bestaande vogel van Nederland en ze broedt in ons land slechts met een enkel paartje in zowel de Drunense Duinen als het Kootwijkerzand. Verwarring met de algemenere heidedwarrel is alleen al vanwege het afwijkende biotoop van de vogels uit te sluiten. Bovendien is de stuifzanddwarrel zandkleurig en de heidedwarrel zandkleurig met een zweem van roze.

Quote

Tijdens de balts klinkt een aanzwel­lend ‘joepie-joe­pie-joepie’

In de baltstijd is de aanwezigheid van de soort al van afstand te herleiden aan de grote stofwolken die het mannetje opwerpt. Dit doet hij, liefst op warme winderige dagen, met de punten van de enigszins schepvormige vleugels waarmee hij met grote kracht zand omhoog gooit, terwijl hij met de kop omlaag om het wijfje heen rent. De zang bestaat uit een aanzwellend ‘joepie-joepie-joepie-joepie’.

Heel bijzonder tijdens het paren is het door merg en been gaande geluid dat de beide vogels voortbrengen, het best nog te vergelijken met het loeien van een brandweersirene. Na de paring zet het vrouwtje 23 knalgroene eitjes af die ze verspreid begraaft in het duinzand. Afhankelijk van de zon­inval en de diepte van ingraven ontwikkelen de eitjes zich tussen de vier dagen en twee maanden tot kuikens. De jongen houden zich het eerste jaar voornamelijk in leven met zandbaardvlooien, jonge zwaardzandloopkevers en grijze gruispissebedden. Zij doen dit door hard over het duinzand achter hun prooi aan te rennen. Hierbij werpen ze telkens kleine zandpofjes omhoog. Het is onbekend of de soort kan vliegen. Er is, middels overlevering, slechts één enkele melding van een vliegende stuifzanddwarrel bekend maar omdat er toen net een zandstorm was opgestoken en de slechtziende oude griendwerker die de waarneming deed behoorlijk had gedronken, is deze als zijnde niet 100 procent betrouwbaar verworpen.