Volledig scherm
De wetgeving over partneralimentatie is hard aan vernieuwing toe. © Lex van Lieshout ANP XTRA

Tijd om door te pakken met nieuwe wetgeving partneralimentatie

OpinieDe duur van de alimentatie voor een ex-partner wordt verkort, wat meer past bij de huidige tijd. Het wetsvoorstel waarin dat wordt geregeld is aangenomen door de Tweede Kamer. De Eerste Kamer moet er nu snel mee aan de slag. Dit ingezonden artikel is geschreven door Christiane Verfuurden, advocaat en mediator bij Schakenraad Advocaten in Eindhoven.

Op 11 december is het Wetsvoorstel herziening partneralimentatie door de Tweede Kamer aangenomen. Dat is positief. Enerzijds omdat de huidige termijn voor partneralimentatie, te weten twaalf jaar, niet meer van deze tijd is. Anderzijds omdat het de hoogste tijd is dat er duidelijkheid komt over de al lang geleden voorgestelde wetswijzigingen rondom partneralimentatie.

Wat gaat veranderen? Over de duur van de alimentatieverplichting bepaalt de wet nu nog dat, als de rechter geen termijn heeft vastgesteld, de alimentatieverplichting voor de ex-partner automatisch eindigt na twaalf jaar. Het wetsvoorstel regelt dat de termijn waarbinnen partneralimentatie betaald moet worden de helft van de duur van het huwelijk bedraagt, met een maximum van vijf jaar. Hierop worden drie uitzonderingen gemaakt.

De eerste uitzondering geldt voor langdurige huwelijken (langer dan vijftien jaar), waarbij de alimentatieontvanger ten hoogste tien jaar jonger is dan de AOW-leeftijd. In dat geval geldt dat de alimentatieverplichting pas eindigt op het tijdstip waarop de alimentatieontvanger de AOW-leeftijd bereikt. De termijn kan dan dus tot maximaal tien jaar worden opgerekt.

De tweede uitzondering geldt in de situatie waarin de uit het huwelijk geboren kinderen de leeftijd van twaalf jaar nog niet hebben bereikt. De alimentatieverplichting loopt dan door totdat het jongste kind de leeftijd van twaalf jaar heeft bereikt.

De derde uitzondering geldt voor alimentatieontvangers van vijftig jaar en ouder die langer dan vijftien jaar zijn getrouwd. Zij hebben recht op tien jaar alimentatie. Deze uitzondering vervalt na zeven jaar na inwerkingtreding van de wet. Dit is een overgangsregeling.

Schrijnend

Voor zogenaamd schrijnende gevallen is een hardheidsclausule in het wetsvoorstel opgenomen. Dit is een vangnet voor alimentatieontvangers die door uitzonderlijke omstandigheden na afloop van de voor hen geldende alimentatietermijn buiten hun eigen schuld om in een schrijnende situatie terecht dreigen te komen. Hierbij moet bijvoorbeeld gedacht worden aan alimentatieontvangers die tijdens of na het huwelijk arbeidsongeschikt zijn geworden en daardoor geen economische zelfstandigheid hebben kunnen bereiken. Een ander voorbeeld is de alimentatieontvanger die de zorg voor een gehandicapt of ernstig ziek kind heeft.

Het is de bedoeling het wetsvoorstel in te laten gaan op 1 januari 2020. De verkorting van de duur van de partneralimentatie gaat gelden voor 'nieuwe gevallen'. Voor per 1 januari 2020 al bestaande alimentatieverplichtingen blijft de huidige maximale duur gelden.

Een alimentatieduur van in beginsel vijf jaar sluit beter aan bij de huidige situatie waarin mannen en vrouwen steeds gelijkwaardiger zijn opgeleid en, in theorie in ieder geval, meer gelijke kansen hebben voor economische zelfstandigheid. Het komt nu ook al wel voor dat de rechter de alimentatie na verloop van tijd op nul vaststelt of bepaalt dat de alimentatieverplichting is geëindigd. Meestal gebeurt dat op grond van het oordeel dat de alimentatiegerechtigde in staat moet worden geacht in het eigen levensonderhoud te voorzien. De rechter moet de beslissing dat een alimentatieverplichting eerder dan na twaalf jaar eindigt echter zeer goed motiveren. Dat maakt het nu niet makkelijk om te komen tot een kortere alimentatietermijn. Daarom is een verandering van de alimentatietermijn bij wet wenselijk en noodzakelijk. Het wetsvoorstel met de daarin opgenomen hardheidsclausule stelt de rechter in staat om maatwerk te leveren.

De indiening van het initiatief Wetsvoorstel herziening partneralimentatie dateert alweer van juni 2015. Dit initiële voorstel is met de nodige kritiek ontvangen, onder andere door de Raad van State. Naar aanleiding van deze kritiek is het wetsvoorstel ingrijpend gewijzigd. Na nog een aantal wijzigingen is het dus onlangs door de Tweede Kamer aangenomen. Het is belangrijk dat het wetsvoorstel nu met voortvarendheid verder wordt behandeld in de Eerste Kamer. Er is in de praktijk behoefte aan duidelijkheid over verkorting van de alimentatietermijn. Partneralimentatie, en dan in het bijzonder de duur van de verplichting, is een onderwerp dat altijd op veel media-aandacht kan rekenen. Al die media-aandacht leidt tot vragen bij cliënten, die willen weten wat hen te wachten staat en of ze nu moeten starten met de echtscheiding of beter nog even kunnen wachten. De voorgestelde wijzigingen zijn, hoewel ingrijpend, niet ingewikkeld. Dat maakt dat een snelle behandeling mogelijk moet zijn.

Conclusie: al in 2015 is met veel bombarie in de media gebracht dat regels rondom partneralimentatie zouden wijzigen. Een kleine drie jaar later ligt er een duidelijk wetsvoorstel dat door de praktijk positief wordt ontvangen en ook met grote meerderheid van stemmen door de Tweede Kamer is aangenomen.

Mijn oproep aan de initiatiefnemers en de Eerste Kamer is om nu door te pakken. De praktijk heeft behoefte aan duidelijkheid en aan wetgeving die passend is bij deze tijd.