Volledig scherm
In 2013 ontstond al discussie over het Aalster carnaval naar aanleiding van deze groep in SS-uniform in de optocht. © EPA

Unesco-lijst optocht Belgisch Aalst leidt tot discussie: Zet carnaval niet op erfgoedlijst

OpinieEr zijn goede redenen waarom carnavaI en vasten-avond niet thuis horen op de lijst van Unesco. Dat vindt de auteur Rob van de Laar uit Den Bosch. Hij is archivaris en werkt bij de afdeling erfgoed van de gemeente Den Bosch. Hij is dik 45 jaar onderzoeker van het fenomeen vastenavond/carnaval. Hij was ruim 15 jaar minister-president van de Oeteldonksche Club van 1882 en is oprichter  en conservator van het Nationaal Carnavalsmuseum ‘Oeteldonks Gemintemuzejum'. Sinds de oprichting in 2009 is hij voorzitter van de Brabantse Carnavals Federatie.

In december wordt, tijdens een internationale vergadering van Unesco, besloten of het beroemde Aalster carnaval in België van de Internationale lijst van Immaterieel Erfgoed verwijderd moet worden. 'Oilsjt' staat sinds 2010 op deze mondiale lijst. Reden: een in de ogen van Unesco onsmakelijke en kwetsende voorstelling van joodse karikaturen op een van de wagens in de optocht afgelopen carnaval. Het is niets nieuws: ook in 2012 maakte Aalst zich in de ogen van met name de Unesco schuldig aan onbehoorlijk gedrag toen er mannen in SS-kostuum meeliepen.

Satire

Je kunt het niet eens zijn met deze soms zwartgallige en niet altijd begrepen humor op het scherpst van de snede. Het toont toch weer eens aan dat er op de wereld een groot verschil is in de nationale, regionale en lokale beleving van de maatschappelijke waarde van satire en humor. Kijk maar naar de harde satire in het Franse weekblad Charlie Hebdo. Hoe ver je mag gaan is in elke cultuur, vaak lokaal, geheel verschillend.

In het Nederlandse carnaval kennen we een dergelijke scherpe parodie en persiflage nagenoeg niet.

Voor Unesco is dit een zorgenkindje dat kleeft aan de wil om een volksgebruik of traditie zoals bijvoorbeeld het vastenavond- en carnavalsfeest op de prestigieuze 'Representatieve lijst van het immaterieel cultureel erfgoed van de Mensheid' te zetten. De lijst is door Unesco in 2003 in het leven geroepen als aanvulling op de lijst van Materieel Erfgoed (monumenten). Sinds 2012 heeft ook Nederland het verdrag hieromtrent goedgekeurd en zijn tal van tradities opgenomen op de voorafgaande 'Nationale lijst'.

Maar waarom zou je op zo'n lijst willen staan? Wie is daarbij gebaat?

De carnavalsorganisatie in 's-Hertogenbosch - Oeteldonksche Club van 1882 - en ook de Brabantse Carnavals Federatie (BCF) hebben zich dat al in 2013 afgevraagd.

Voordelen

In Bergen op Zoom wordt de discussie weer actueel, omdat wethouder Evert Weys vlak voor het feest een pleidooi hield vóór plaatsing op de lijst. Dit zijn de voornaamste voordelen hiervan, mede gebaseerd op de ervaringen in Binche (Gilles), Aalst (carnaval), Zundert (Bloemencorso) en Boxmeer (Boxmeerse vaart):

- Het mogelijk behoud van het bedreigd erfgoed;

- Het trekken van meer bezoekers door de bekendheid daardoor;

- Het stimuleren van de eigen trots;

- Meer bereidheid tot steun door sponsors en overheid;

- Een breekijzer bij toename van overheidsmaatregelen.

Op alle genoemde punten moesten beide organisaties erkennen dat dit voor hen niet of nauwelijks van toepassing is. Tradities en gebruiken zijn per definitie levende organismen en hebben het recht van 'overlijden'. Als immaterieel erfgoed bedreigd wordt en niet meer gesteund door de samenleving, moet dat niet kunstmatig in leven worden gehouden als historisch relict vanuit bijvoorbeeld toeristisch oogpunt.

Sponsors

Over bezoekers heeft carnaval niet te klagen, althans niet daar waar van oudsher het carnaval wordt gedragen. Zelfs het tegendeel wordt hier en daar gevoeld. Trots zijn carnavalsvierders per definitie en de bereidheid van steun door sponsors en overheid is en blijft vooral een lokaal mechanisme dat veeleer wordt ingegeven door de publieke steun en deelname binnen elke leefgemeenschap.

Tot slot nog de breekijzerfunctie. Ook dat lijkt meer een brede maatschappelijke problematiek. Kortom niet nodig dus. Daar komt bij dat het individueel aanmelden van carnavalstradities niet meer, zoals in België, zomaar kan. Het zou dan een groep van gerenommeerde traditionele carnavalsbelevingen moeten zijn. Dus meer plaatsen tezamen.

Dan komt daar het Big Brother-gevaar nog bij, zoals in Aalst nu het geval is. De Unesco kijkt mee en toetst aan de hand van internationale correctheidsregels.

Lokaal feest

Carnaval is een lokaal feest, geen toeristische trekpleister. We verkleden ons niet voor de toerist, maar voor onszelf. Het is een feest van de lokale gemeenschap. Het is een feest waarbij lokale inventiviteit, creativiteit en vooral ook de, veelal emotionele, sociale contacten hoogtij vieren. De gewoonten en gebruiken, waaronder satire, worden lokaal bepaald en getoetst en horen niet door een internationale organisatie langs de internationale meetlat gelegd - en dus geketend - te worden.

Dat wil geenszins zeggen dat we de internationale gedragsregels dienen te negeren, maar wel dat we ook het gemeenschapseigene niet in één grote internationale melting pot dienen samen te smelten tot een grote brei.

Al te veel zijn we bezig om ontstane tradities niet meer in de context te plaatsen. In 1928 besloten verschillende boerenorganisaties rondom Den Bosch om niet meer naar de daar te houden Paasveetentoonstelling te gaan. De Bosschenaren zouden immers met hun Oeteldonkse boerenverkleding de boerenstand kleineren. Met de kennis van nu weten we wel beter.