Volledig scherm
stockadr zorg oudere hulp verpleging verpleegster thuiszorg © Thinkstock

Veel verpleegkundigen voelen zich niet erkend

OpinieDe auteur van dit artikel is J. Meester. Hij is verpleegkundig docent en woont in Den Bosch. De beroepsgroep van verpleegkundigen voelt zich door nieuwe wetgeving, waardoor diploma's in waarde verminderen, niet erkend.

Het ED bracht een artikel van Edwin van der Aa over de ontstane witte woede rond de plannen van minister Bruins (ED 13 augustus). Fijn dat het ED aandacht schenkt aan dit onderwerp. Het artikel bevat echter een feitelijke onjuistheid, die ik als verpleegkundige graag rechtzet. Tevens wil ik ingaan op wat de nieuwe wetgeving voor deze groep professionals betekent. Dat komt in het artikel onvoldoende uit de verf.

Edwin van der Aa heeft het over relatief laagopgeleide verpleegkundigen, die in opstand komen tegen een gebrek aan erkenning voor hun werkervaring. Er is in dit geval geen sprake van laagopgeleide verpleegkundigen. Op dit moment is er maar één titel in de wetgeving Beroepen Individuele Gezondheidszorg (BIG), namelijk verpleegkundige. En daar vallen alle verpleegkundigen onder, zowel hbo, mbo als inservice-opgeleid (leren en werken in dienst van het ziekenhuis). Elke vijf jaar moet die BIG-registratie worden gecontroleerd en verlengd op basis van voldoende uren direct cliëntcontact.

De minister tracht met nieuwe wetgeving beter te differentiëren en de hbo-opgeleiden een duidelijkere plaats te geven. Daartoe is het voorstel BIG 2, in overleg met beroepsorganisaties zoals Verpleegkundigen & Verzorgenden Nederland (V&VN) ontwikkeld. Deze wet lanceert naast de titel verpleegkundige een nieuwe titel hoger in de hiërarchie, de regieverpleegkundige.

Op de schop

De nieuwe wetgeving met overgangsregeling vraagt van alle verpleegkundigen die voor 2012 zijn geschoold dat zij hun deskundigheid opnieuw laten toetsen om zich regieverpleegkundige te mogen noemen. Dat geldt dus zowel voor hbo-, mbo- als inservice-opgeleiden. En ook geldt dit voor alle verpleegkundigen met één of meerdere specialisaties (met diploma).

Kortom, alles gaat op de schop. Hbo'ers die de toets niet halen, mbo'ers en inservice-verpleegkundigen moeten aanvullend bijscholen.

In de praktijk betekent dit dat de studenten op het hbo die straks afstuderen meteen regieverpleegkundige worden. Dit in tegenstelling tot ervaren gespecialiseerde verpleegkundigen en zelfs docenten (die veelal voor 2012 zijn opgeleid) die deze groep verse hbo-verpleegkundigen hebben opgeleid en begeleid. Zij zullen zich moeten laten toetsen en eventueel bijscholen. Hoe merkwaardig is dat?

Wat de beroepsgroep tevens steekt, is de waardevermindering van diploma's. Er zijn veel verpleegkundigen inservice opgeleid. Deze opleiding verdween begin jaren 90. De inservice-opleiding werd ooit ingeschaald op hbo-niveau, maar is in de loop der jaren stilzwijgend gedevalueerd naar mbo.

Flink onderschat

Kortom, er speelt nogal wat. De beroepsgroep voelt zich door deze nieuwe wetgeving niet erkend en niet gewaardeerd. Dat is door alle betrokkenen, onder wie de Verpleegkundigen & Verzorgenden Nederland en de minister, flink onderschat.

De witte woede richt zich dus op devaluatie van bestaande diploma's en een gebrek aan erkenning voor opgedane kennis, ervaring en verworven competenties (met of zonder diploma). In deze tijd waarin levenslang leren het motto is, zou juist een bredere kijk op leren en werkervaring een vaste waarde moeten hebben.

J. Meester is verpleegkundig docent en woont in Den Bosch.