Volledig scherm
Virgil van Dijk steelt de show. © Pim Ras Fotogerafie

‘Voetbalclubs kunnen veel meer mensen aan zich binden met de verhalen van hun spelers’

OpinieVoetbalclubs kunnen veel meer mensen aan zich binden met de verhalen van hun spelers. Dat schrijft Maarten van Bussel in dit ingezonden artikel. Van Bussel is docent Media Content aan de Breda University of Applied Sciences en was als eindredacteur betrokken bij diverse human interest televisieprogramma's

De voetbalwereld is niet erg progressief. Innovaties vanuit andere sporten worden niet met enthousiasme ontvangen en ook in haar mediabeleid doet een club als PSV weinig met kennis uit de entertainmentindustrie. Dat is jammer, want door de sport een klein beetje anders te benaderen, zouden veel meer mensen kunnen genieten van voetbal. En daar zou men bij PSV toch blij van moeten worden?

Voetbal zou niet alleen interessant moeten zijn voor voetballiefhebbers. Zoals The Voice niet alleen interessant is voor muziekliefhebbers, en Heel Holland Bakt niet alleen voor thuisbakkers. Toch is dat wel het geval: wie niet van voetbal houdt, volgt de eredivisie niet. En dat is een gemiste kans, om in sporttermen te blijven. Want als het lukt om zingen en bakken interessant te maken voor een breed publiek, moet dat toch ook lukken met voetbal?

Het probleem zit hem in de benadering. Voetbal wordt door de clubs vooral benaderd als sport, pardon: topsport. En daarbij hoort een zekere afstandelijkheid. Dat deze sport ook buiten het veld entertainmentwaarde heeft, lijkt niet te worden ingezien. Terwijl juist iets meer oog voor de potentie van de club als schatkist vol hartverwarmende verhalen zoveel kan opleveren. Het verzorgen van entertainment zonder dat de bal rolt, zal de interesse in de sport alleen maar vergroten. Ook als je eigenlijk niet van voetbal houdt.

Identificeren

Want wat trekt ons zo in zingende verpleegsters of taartbakkende registeraccountants? Het zit hem in de verhalen van deze mensen. Die zorgen ervoor dat het ons plotseling gaat interesseren of de boterkoek van Kees wel loslaat uit de bakvorm. Sommige kandidaten vinden we sympathiek, andere niet of minder. Sommige lijken op ons, waardoor we ons met hen gemakkelijk identificeren. Andere kunnen we enkel bewonderen, omdat ze zijn zoals we zouden wíllen zijn. Maar duidelijk wordt al snel wie volgens ons zou moeten winnen. En dan maakt het niet uit of dat met een appeltaart of een lied is.

Bij voetbal kan dit ook zo werken. Soms gebeurt dat zelfs spontaan, zoals pasgeleden. Dat veel Nederlanders Oranje-aanvoerder Virgil van Dijk in hun hart sloten, was niet vanwege zijn onverzettelijkheid in het veld, het was vanwege twee kleine daden buiten de wedstrijden om, die lieten zien dat Virgil een kerel is met een groot hart. Voor wie het is ontgaan: hij bood - tegen alle protocollen in - een koukleumend kind spontaan zijn trainingsjas aan tijdens het luisteren naar het volkslied en troostte enkele dagen later een scheidsrechter die in tranen was, omdat hij zojuist had gehoord dat zijn moeder was overleden. Deze acties maakten Virgil voor velen tot een held voor wie mensen de volgende keer graag voor de buis gaan zitten. Zelfs als ze eigenlijk niet van voetbal houden. Ze houden misschien niet van voetbal, maar ze houden wel van Virgil.

Liefde en ambitie

Waarom heeft geen enkele Nederlandse voetbalclub echt oog voor deze vorm van klantenbinding? Waarom wordt het uitdragen van verhalen van spelers niet ingezet als marketinginstrument? Begrijp me niet verkeerd: sporters hoeven zich niet anders voor te doen dan ze zijn, of door de club geregisseerde uitingen te doen om sympathie te winnen. Maar in elk team zitten spelers met een verhaal, waar mensen in geïnteresseerd zijn, omdat ze zich erin herkennen of willen herkennen. Verhalen over liefde en ambitie, maar ook over heimwee en onzekerheid. Verhalen die nauw aansluiten bij waar de club voor wil staan.

Het gebeurt weleens dat de voetballer opeens van een andere kant wordt geportretteerd, maar meestal moeten we daarop wachten tot het moment dat zijn actieve carrière voorbij is. De documentaire over Dirk Kuyt trok bijvoorbeeld veel kijkers, en echt niet alleen voetballiefhebbers. En biografieën zoals die van Wim Kieft en Richard Witschge: ze maken spelers kleurrijker, sympathieker (meestal) en in ieder geval minder eendimensionaal. Het worden jongens die je wat gunt.

Clubcultuur

Natuurlijk, bij het Nederlands elftal is het niet echt nodig. Daar is de kleur Oranje al genoeg om alle Nederlanders te verbinden. Maar voor de meeste eredivisieclubs is dat anders. Steeds minder teams hebben spelers uit de eigen regio in het veld staan. Dus waarom zou je je dan nog identificeren met een club? Wat onderscheidt de ene club van de andere? Het is de clubcultuur, die in hoge mate wordt uitgedragen door de spelers. In het veld, maar zeker ook daarbuiten. Wie dit op een integere manier laat zien, door de spelers te presenteren met hun persoonlijke verhalen en niet alleen met hun sportprestaties, zal in no-time een aantrekkelijke club worden voor het hele gezin in plaats van alleen voor de sportfanaten.