Volledig scherm
Brabant wil de maximale capaciteit voor mestverwerking loslaten. © Koen Suyk

Voorstel provincie stimuleert industriële veehouderij: weinig grond, veel stront

OPINIEHagar Roijackers (lid van provinciale staten van Brabant voor GroenLinks) schreef dit artikel mede namens GroenLinks Brabant, Eindhoven, Tilburg, Den Bosch, Helmond, Oss, Roosendaal, Bergen op Zoom, Breda, Oosterhout, Progressief Akkoord-GroenLinks Deurne, Progressief Bernheze, GroenLinksaf Waalwijk en Dwars Brabant. Volgens hen is met veel meer vee dan mensen het evenwicht in Brabant zoek. Vrijdag bespreekt de provincie nieuw beleid waarmee de mestsluis wijd open gaat.

Brabant is uniek, wereldwijd. We hebben vitale steden, mooie natuur en gezellige dorpen. Maar veel bewoners in het buitengebied zitten in de stank. Veel stedelingen verzetten zich tegen de komst van mestfabrieken vanwege de risico's voor de volksgezondheid.

Brabant herbergt 37 miljoen landbouwdieren. Deze produceren jaarlijks ruim 15 miljard kilo mest. Daarvan mag circa 40 procent op het land, veel meer dan in andere Europese landen. Het mestoverschot is ruim 9 miljard kilo per jaar. In dat licht is het goed te begrijpen dat Brabant de maximale capaciteit voor mestverwerking wil loslaten.

Buitenland
Maar dan moeten we wel snappen in welke val we trappen. Het leeuwendeel van ons Nederlandse vlees eten we namelijk niet zelf op. Van al het vlees dat we produceren, gaat driekwart naar het buitenland. Nederland blijft zitten met de shit. Wat doen we tot nu toe met de mest? Een deel wordt op het eigen bedrijf gebruikt, een deel gaat naar loonwerkers, een deel is 'zoek' (25-40 procent) en een deel gaat de grens over.

Het Brabantse land kan de mest niet meer dragen. De burgers ook niet. De meeste stankklachten komen niet van de bedrijven, maar van het uitrijden van de mest. Verzuring en vermesting van wateren en natuur zijn het gevolg. Het wordt een probleem voor ons grondwater en daarmee ons drinkwater. Onze rijkdom aan wilde planten en dieren loopt sterk terug, veel meer dan elders.

Europa kijkt met argusogen naar Nederland. De Europese Commissie hanteert een fosfaatplafond om milieuvervuiling door mest te voorkomen.

Nederland heeft nog een Europese vrijstelling (derogatie), die boeren het recht geeft 1,5 keer meer mest over hun land uit te rijden dan de gemiddelde Europese collega. Als Nederland de vrijstelling kwijtraakt, moet de melkveestapel in het ergste geval 20 procent inkrimpen, berekende het LEI (Landbouw Economisch Instituut) in Wageningen. Het verzet daartegen is groot.

Vrijstelling
Dan maar meer verwerken? Dat kost nogal wat. Zowel boeren als maatschappij steken honderden miljoenen euro's in mestverwerking. Boerenbond Dutch Dairymen Board waarschuwt voor een 'economische ramp' als meer mest moet worden verwerkt. Toch is dat waar staatssecretaris Martijn van Dam op stuurt, want alleen met die troef in handen staat hij sterk om de Europese vrijstelling te behouden voor Nederland. Waarschijnlijk knikt Van Dam goedkeurend als er beleid komt om in Brabant onbeperkt mest te mogen verwerken.

Lost mestverwerking de problemen op? GroenLinks vindt van niet. Met het loslaten van het plafond voor mestverwerking stimuleer je de industriële veehouderij: weinig grond, veel stront. Je ontkoppelt daarmee de landbouw nog sterker van het land, de bodem. Het wordt industrie, biochemie zelfs. Vaak zijn het veehouders met een ruime beurs die van buiten de regio komen en niet op het bedrijf zelf wonen.

Gedeputeerde staten spiegelden de provinciale staten vorig jaar nog voor dat veehouders vier afslagen konden nemen: de hoog-industriële, de specialisatie (streekproducten), de verbreding (zorgboerderij, recreatie) of stoppen. Wie aansprekend verbreedt, kan een compliment krijgen van het Brabantse bestuur, een 'agropluim'. Biologische melkveehouders krijgen ruimte nabij natuurgebieden via de vergroening van het Brabantse pachtbeleid.

GroenLinks staat pal naast de boeren die voor deze afslagen kiezen. Grondgebonden landbouw geeft geen mestprobleem. Maar juist de afslagnemers 'industrieel' zijn de absolute winnaars. Niet alleen mogen ze onbeperkt mest verwerken op een industrieterrein of via een pijpleiding naar een loonwerker in het buitengebied. Ook wordt de toegestane bouwblokgrootte verruimd via de Verordening Ruimte. Er mag voortaan aan stallen gebouwd worden tot 2,5 hectare, voorheen maximaal 1,5. Weliswaar komt er in 'veedichte' gebieden een stop op het aantal dieren via uitruil van staloppervlakte (staldering), maar een beetje industriële boer regelt dat wel via de bank of adviseur. En daar blijft het niet bij. In de aanpassingen van de Verordening Ruimte mogen er ook mestvergistingsinstallaties komen in de groen-blauwe mantel (waardevolle natuur).

De vier afslagen van de rotonde blijken dus drie zandpaden te zijn en één vierbaans snelweg.

Geen experiment
Brabant mag geen wereldwijd experiment worden. Mestverwerkingstechnieken zijn nog niet door- en uitontwikkeld. Enorme hoeveelheden mest met nieuwe technieken gecombineerd in een dichtbevolkt gebied betekent risico's nemen. Economische risico's, want er is nog lang niet voldoende afzet voor de Brabantse mestproducten. Ecologische risico's, want er blijft na verwerking nog steeds te veel stikstof over. En risico's voor de omgeving als de techniek hapert.

De afslag 'hoogindustrieel' faciliteren betekent voorrang geven aan economisch gewin voor een kleine groep op de korte termijn. En dat de omgeving, de natuurvriendelijke boeren en de lange termijn uit het oog worden verloren. Het is een keuze voor banken, voor vee-industrie. En tegen de grondgebonden boeren, tegen natuur, tegen volksgezondheid, tegen milieu en tegen landschap. GroenLinks vraagt het provinciebestuur om van dit schadelijke besluit af te zien.