Volledig scherm
De ongekende mogelijkheden van big data worden ook ingezet voor de opsporing van criminele activiteiten, maar er zijn grenzen. © REUTERS/Fabrizio Bensch

We combineren alle gegevens en dan weten we bijna alles

OpinieBig data bieden hoop in de strijd tegen de misdaad. Dat betekent niet dat het gebruik ervan altijd moreel verantwoord is. Dat schrijft Jaco van Hoorn directeur Operatiën van Politie Nederland in dit opinieartikel.

We zitten in de tijd van de grote doorbraak van big data. Onlangs hoorde ik van iemand uit de wereld van de ruimtelijke ordening, die bezig was met recreatiegebieden. Hij wilde weten wie natuurgebieden bezochten. Via het gericht opvangen van locatieservices van apps op telefoon stelde men vast wie in het gebied kwamen. Via sociale media werd een profiel van deze mensen vastgesteld. Zo ontstond een beeld van bezoekers. Vervolgens ontvingen zij een gepersonaliseerde advertentie met een vragenlijstje, waarop 70 procent aanvullende informatie gaf. De meerderheid vond het kennelijk niet gek dat op deze manier was ‘gespot’ waar zij hun vrije tijd doorbrachten; men werkte mee om nog meer informatie te verschaffen. 

De mogelijkheden van data lijken ongekend. Uiteraard is daar ook in de opsporing en de aanpak van ondermijning veel belangstelling voor. Er zijn veel mooie experimenten gaande. Soms gaat het om open bronnen. Door tal van criteria te bedenken en daar info op te verzamelen, ontstaan letterlijk beelden over plaatsen waar de kans op criminele activiteiten groot is. Dat kan aanleiding geven tot gerichte controles, soms mooi ‘handhavingsacties’ genoemd en soms ‘veegweken’. Ook de gegevens die bij de politie aanwezig zijn en die steeds beter met elkaar in verband worden gebracht, bieden grote kansen. Daar tellen we info van de andere overheidsdiensten bij op. Dat geheel combineren we en dan we weten bijna alles.

Nieuwe hoop

Het ideaal is dat data in hoog tempo worden ververst, zodat een nagenoeg real-time beeld ontstaat van waar we naar kijken. Bij wie betrokken is bij de aanpak van ondermijning – of zoals sommigen voorstellen het noemen ‘de strijd voor een rechtvaardige samenleving’ – ontstaat nieuwe hoop. Ondermijning is hardnekkig en speelt zich voor een groot deel af in de onderwereld en dus buiten het gezichtsveld. Niettemin krijgen we steeds beter zicht op de enorme financiële verdiensten. Steeds meer begrijpen we dat er een heuse industrie bestaat. Crimineel, maar met een vorm van organisatie, met productie, met logistiek, met leveranciers en afzetmarkten en met grote geldstromen.

De strategie van de één-overheid is het verstoren van deze industrie, het verzwakken van het criminele netwerk en het oppakken van zich onaantastbaar wanende kopstukken. De huidige tussenstand is dat we, ondanks mooie successen, veel nog niet weten. Zo hebben we nog heel weinig zicht op het verloop van de geldstromen. Dat irriteert en frustreert. Daarom is de ontwikkeling van het ontsluiten van big data hoopgevend. 

Het roept de verwachting op dat we, wellicht al binnenkort, vanuit een soort control-room nauwgezet criminelen in hun handelen kunnen volgen. De inzichten die dat oplevert, bieden kansen voor snelle en rake interventies. Ik deel die hoop. Ook mij is er, als rechtgeaard boevenvanger, veel aan gelegen om gewetenloze criminelen, die de samenleving corrumperen en hun giftige afval over akkers weggooien, voor de rechter te krijgen. Hoe effectiever, hoe beter. Toch zijn een paar waarschuwingen op zijn plaats. Hoe mooi de ontwikkeling ook is, het is een feit dat de criminele wereld zich voortdurend aanpast, en vaak in hoger tempo dan wij. Denken wij, net als bij schaken, wel voldoende vooruit over hun volgende zet? 

Morele grens

Nog een punt van aandacht. Stel dat politie, fiscus, gemeenten en wellicht anderen veel effectiever worden, wat doet dat verder in de keten? Er zullen meer verdachten zijn, die strafrechtelijk, bestuursrechtelijk of zelfs fiscaalrechtelijk hun verhaal willen halen. Zijn het openbaar ministerie en de rechtbank hierop voorbereid? Zo niet, dan organiseren we met het succes ook onze teleurstelling. Volgens optimisten zijn de mogelijkheden van big data ongekend en de strijd voor een rechtvaardige samenleving lijkt dat te rechtvaardigen. Maar is dat juist, is er niet een morele grens? Velen stellen dat informatieverzameling via open bronnen altijd legaal is en het voorbeeld van de natuurgebieden laat zien dat veel mensen dat oké vinden. Maar is het ook altijd moreel verantwoord? Als open bronnen zo systematisch worden bevraagd dat van willekeurige mensen hun leven volledig in beeld wordt gebracht, deugt dat dan? Als slim verzonnen criteria een pand aanwijzen als potentieel crimineel,rechtvaardigt dat dan altijd een veegactie? 

In oude tijden keerde Van Traa in de IRT-affaire het schip. Ook daar gebeurde weinig wat expliciet verboden was, maar wetsgrenzen en morele grenzen lopen niet altijd gelijk. Het gevolg was dat het systeem omdraaide: er mocht alleen nog maar gedaan worden wat toegestaan was. Daar is de opsporing niet slagvaardiger door geworden. Is dat geen reden om op te letten dat de geschiedenis zich niet herhaalt? Het lijkt mij wijs ook zelf de ethische invalshoek in te brengen en onszelf in de ontwikkeling te begrenzen. Ik wil de euforie niet drukken, maar enig moralisme, ook daar houd ik van omdat dat aan het wezen van politie verbonden is.We voeren tenslotte strijd voor een rechtvaardige samenleving.