Volledig scherm
© DE LIMBURGER/ PETER SCHOLS

Op bezoek bij Ricksen: het was ook ongemakkelijk

Fernando Ricksen vocht tot het laatst tegen de ziekte ALS. Met humor ook. Onze verslaggever Nik Kok was er in februari getuige van hoe Ricksen de Schotten nog altijd in het hart wist te sluiten. De ontmoeting van toen maakt tot op de dag van vandaag indruk.

Door Nik Kok

In het zaaltje aan de rand van Glasgow plakte de vloer al ver voor zijn komst door het bier en achter grote tafels zaten robuuste mannen en opgedirkte vrouwen net klaar achter de volgende lading van reusachtige pullen bier. Het moest een eerbetoon worden op z’n Schots. Rauw en emotioneel. Maar het had meer weg van een soort bedevaart.

Precies zoals Fernando Ricksen zelf is. Daarom ook had hij ze in zijn hart gesloten, de Schotten die zo’n bedevaart om de paar maanden organiseerden. Tot het nog kon. En dat was best lang. Ik probeerde er afgelopen februari een reportage van te maken.

Vanmiddag kwam het bericht naar buiten dat Fernando Ricksen is overleden na een strijd tegen ALS en ik zie nog voor me hoe de grootste mannen van die avond zich om hem heen verzamelden en oneindig veel foto’s maakten tussen de tranen door. Ze kusten hem en lachten.

Een vrouw met een baby op haar arm vertelde trots dat ze hem Fernando had genoemd. Schotse verafgoding kent nauwelijks grenzen. In Glasgow beginnen mensen rond het Rangers-stadion Ibrox Park soms over Dick Advocaat of over Arthur Numan als ze horen dat je uit Nederland komt. Giovanni van Bronckhorst ook wel en Ronald de Boer, maar meestal vragen ze naar Fernando Ricksen en zijn strijd.

Volledig scherm
Bij het stadion van Rangers worden bloemen gelegd en sjaaltjes opgehangen voor Fernando Ricksen © BSR Agency

De vraag die me door anderen nog het meest werd gesteld toen ik er voor de krant in februari was, was of dat nou allemaal wel gepast was. Die verafgoding, die aandacht voor een stervende man in een rolstoel die niet meer kon lopen, praten of zelfs maar bewegen en van wie om het kwartier het kwijl van zijn kin afgeveegd moest worden door zijn lieve vrouw Veronika.

,,Fernando wil dat zelf allemaal”, was dan mijn antwoord. Want van het zelf voetballen miste hij de schijnwerpers misschien nog wel het meest.

Maar een beetje ongemakkelijk werd ik er ook wel van. Toen ik die dag ervoor in zijn kleine kamertje in het hospice mocht komen, samen met een journalist van The Guardian. Meestal bij een interview vuur je de vragen geconcentreerd af op de geïnterviewde om daarna tussen het secuur luisteren naar het antwoord alweer over de volgende vraag na te denken.

Maar Ricksen praatte via een ingenieuze spraakcomputer, waardoor de antwoorden zo lang in beslag namen dat je ondertussen genoeg tijd had om de kamer rond te kijken. Ik moest ondertussen denken aan de uitzending van De Wereld Draait Door waar hij zijn coming-out beleefde als ALS-patiënt en de studio zo angstvallig stil viel.

Toen ging het praten ineens al zo langzaam, in februari kon hij helemaal niet meer praten. Ik moest ook denken aan de biografie die Vincent de Vries over hem schreef. De Vries zat naast hem, zoals hij de afgelopen jaren nauwelijks meer van zijn zijde week. De streken uit het boek, de verhalen, de man die nu op een paar meter voor me in zijn bed lag en niks meer kon, beleefde ze allemaal in een vorig leven.

Maar hoe ongemakkelijk het soms ook was om een voor mij onbekende man te bezoeken die toch stervende is, was het er ook relaxed. Veronika zette koffie en ze had voordat we naar binnen gingen nog gevraagd of we misschien wax bij ons hadden. Fernando vond zelf dat hij er wel een beetje mooi uit moest zien als hij bezoek kreeg.

Hij verhaalde over de bezoekjes van zijn beroemde voormalige ploeggenoten. Over Arthur Numan, Giovanni van Bronckhorst, Michael Mols en Ronald de Boer. Die vond hij prachtig natuurlijk, maar deden hem ook denken aan de tijd dat hij nog wél alles kon.

Toch was op die middag in februari de lach dichterbij dan de tranen. Of hij niet, als de ziekte ALS hem niet was overkomen, misschien wel assistent van Mark van Bommel bij PSV was geworden? ,,Misschien hij die van mij”, tikte Ricksen prompt in op zijn spraakcomputer.

Het einde naderde in februari al, dat voelde je aan alles. Hij was nog het meest bang dat hij stikte. Een groot apparaat dat naast zijn bed stond, hielp hem aan de nodige lucht. Niemand had gedacht dat hij het nog zo lang vol had kunnen houden, maar hij deed het. Zoals niemand vroeger ooit dacht dat hij nog eens twaalf interlands zou gaan spelen.

Hij wilde de eerste zijn die ALS overleefde. Dat werd hij niet. Maar Fernando gaf de ziekte ALS wel een gezicht. Een asgrauw gezicht want als ik in Glasgow iets zag naast die verafgoding en slinkse humor, was het wel dat het een hemeltergend wrede ziekte is.

Volledig scherm
Fernando Ricksen in het hospice in Schotland.

Poll

Welke PSV-nieuwkomer maakte tot nu toe de meeste indruk?

Welke PSV-nieuwkomer maakte tot nu toe de meeste indruk?

  • Armindo Bruma (6%)
  • Timo Baumgartl (48%)
  • Olivier Boscagli (2%)
  • Kostas Mitroglou (16%)
  • Ritsu Doan (28%)
9402 stemmen