Foto ter illustratie.
Volledig scherm
Foto ter illustratie. © Getty Images/iStockphoto

De kerk verdwijnt: een vreemd gemis

OpinieVandaag is het Aswoensdag, de eerste dag van de vastenperiode, een tijd van bezinning. De kerk verdwijnt uit het leven van mensen. Maar hebben we bij het verwerpen van religie het kind met het badwater weggegooid? Ignace Schretlen uit Rosmalen is kunstenaar, schrijver en voormalig huisarts. Zij schreef dit opinieartikel.

Het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) publiceerde medio 2019 de resultaten van het onderzoek 'Sociale samenhang en Welzijn'. Eén van de conclusies luidt dat Nederlanders die zich rekenen tot een religieuze stroming of groepering en regelmatig diensten bijwonen, vaker maatschappelijk actief zijn dan niet-kerkgangers; ook hebben ze vaker een groter vertrouwen in de medemens en maatschappelijke organisaties.

Ik herken dit beeld bij mijn ouders. Als praktiserend katholieken gingen zij wekelijks naar de mis. Geïnspireerd door christelijke deugden stond hun leven voor een groot deel in het teken van zorg voor de ander. Als voormalig huisarts had ik patiënten die op dezelfde wijze in het leven stonden. Hetzelfde geldt voor oudere kennissen, die nog altijd in leven zijn. Ondanks dat zij de Tweede Wereldoorlog hadden meegemaakt, proberen ze een positief mensbeeld en vertrouwen in de samenleving uit te dragen. Hun geloof geeft hen écht kracht.

Regelmatig naar de kerk

Het religieuze landschap in ons land is sterk veranderd. Rond 1900 behoorde de Nederlandse bevolking overwegend tot een katholiek of protestants kerkgenootschap. In 2018 rekende 46,5 procent van de Nederlandse bevolking van 15 jaar en ouder zich tot een kerkelijke gezindte of levensbeschouwelijke groepering. Katholieken vormen de grootste geloofsgroep maar hiervan gaat tegenwoordig slechts 18 procent regelmatig naar de kerk. Wat zit achter deze ontwikkelingen?

Uit het project 'Laagvliegers'.
Volledig scherm
Uit het project 'Laagvliegers'. © Ignace Schretlen

Mede door negatieve ervaringen op de middelbare school bij de paters Redemptoristen heb ik zelf de band met de katholieke kerk al op jonge leeftijd verbroken en mij als zodanig laten uitschrijven bij de gemeente. Ons huwelijk is niet in een katholieke kerk ingezegend. Bij het afleggen van de artseneed eindigde ik deze niet met de woorden 'Zo waarlijk helpe mij God almachtig' maar met de woorden 'Dat beloof ik'. Daarmee deed ik mijn vader, die hoogleraar kindergeneeskunde was en de bul uitreikte, veel verdriet.

De secularisatie van onze samenleving is volgens mij één van de twee trends die de laatste drie decennia belangrijke ontwikkelingen hebben bepaald. De ontkerkelijking lijkt overigens ondergronds nog altijd door te gaan met erosie van christelijke normen en waarden. De tweede rode lijn begint met het no-nonsensbeleid van kabinet Lubbers I (1982-1986) en loopt door tot kabinet Rutte II (2012-2017). De verzorgingsstaat verandert in een participatiesamenleving. Burgers moeten hun eigen verantwoordelijkheid dragen en zelfredzaam worden, hetgeen - niet onlogisch - de wens tot zelfbeschikking over het levenseinde oproept. Deze politieke visie laat zich krachtig gelden in het bezuinigingsbeleid van achtereenvolgende regeringen. De vraag wat te doen met mensen die geen eigen verantwoordelijk meer kúnnen dragen en/of zelfredzaam kúnnen zijn, lijkt te worden weggemoffeld.

'Homo economicus'

Beide trends hebben ongetwijfeld bijgedragen tot de individualisering van onze samenleving. Onze identiteit wordt niet meer grotendeels bepaald door religie of politieke partij. Velen juichen de toenemende persoonlijke keuzevrijheid toe. De nieuwe 'homo economicus' streeft primair naar bevrediging van eigen behoeften. In 2017 rapporteerde het Centraal Bureau voor de Statistiek dat individualisering niet automatisch 'ieder voor zich' betekent. De mate waarin Nederlanders sociale contacten onderhouden en aan vrijwilligerswerk doen, blijft ongeveer stabiel. Er wordt echter ook aangegeven dat onderzoek naar individualisering lastig is.

Waarom maak ik mij desalniettemin zorgen? Op de eerste plaats vloeien deze voort uit alledaagse ervaringen: de échte betrokkenheid tot de ander lijkt te verdwijnen. In januari verschenen twee rapporten over respectievelijk 'Oud en zelfstandig in 2030' en 'Voltooid leven'. Al dan niet verhuld door mooie woorden wordt vooral wat betreft ouderen een schrijnende situatie in beeld gebracht; indirect gaat dit echter ook de rest van de bevolking aan. De gesignaleerde problematiek betreft financiering, huisvesting, zorg maar ook vereenzaming en zingeving. Een deel is wellicht te herleiden tot de twee genoemde trends. Hoe reëel is mijn wantrouwen in de toekomst?

Het kost mij moeite om dit te bekennen maar soms ervaar ik 'een vreemd gemis'. Wanneer iemand 'alles komt goed' roept, vraag ik steevast hoe hij of zij dat weet. Ik mis ten enenmale het vertrouwen, waarvan mijn ouders levenslang getuigden. Soms bekruipt mij de vrees, dat ik bij het verwerpen van religie het kind met het badwater heb weggegooid. Ik zal nooit een trouwe kerkganger worden maar het besef dat de kerk meer te bieden heeft dan een paar vrije dagen neemt wel toe.

Als ik niet in God geloof, gelooft Hij ook niet in mij. Ik zoek geen God die mij door ongeacht welk kerkgenootschap wordt aangereikt. Het gaat meer om bezieling - of in elk geval het hiervoor openstaan - die een leegte kan vullen. En ook om vertrouwen. Ik mis verdieping. Met wie kun je tegenwoordig nog een goed gesprek voeren?

De geschiedenis leert dat maatschappelijke ontwikkelingen die een samenleving vroeg of laat op tilt doen slaan tot een tegenreactie kunnen leiden, waarna een vernieuwing kan worden ingezet. Daar vestig ik mijn hoop op. Misschien is het bijna zover!