Volledig scherm
Eindhoven groeit als internationale kennisstad de hoogte in. Dat vereist een hoogstedelijk woonmilieu. © Jean Pierre Reijnen

Eindhoven kan hoogte in met stevig klimaatprogramma

OpinieDe vraag naar hoogstedelijk wonen is groot. Eigenaren van vastgoed hebben er belang bij dat de stad leefbaar blijft. Dit ingezonden artikel is geschreven door Cees Jan Pen. Hij is lector ‘De ondernemende regio’aan Fontys Hogescholen.

De Brainport-regio en de stad Eindhoven in het bijzonder groeit en is in trek bij bewoners, bedrijven en bezoekers. De van het kabinet verkregen Mainport-status is het gevolg van de voorname bijdrage van de innovatieve regio aan de Nederlandse kenniseconomie. Eindhoven transformeert naar een internationale kennisstad en kent een tekort aan grond en ruimte om aan met name de grote vraag naar (hoog)stedelijke woningen te voldoen.

De binnenstad van Eindhoven hoort na Amsterdam, Utrecht en Den Haag tot 's lands sterkste binnensteden en is als kloppend hart een van de grote regionale werkgevers. Het station is landelijk een van de drukste stations. De stad mag trots zijn dat ze landelijk een transformatiekampioen is wat betreft het hergebruik van gebouwen. Er wordt bewust voor gekozen om niet nog meer druk te zetten op groen in en om de binnenstad bij het bouwen van duizenden veelgevraagde woningen. Gevolg is dat meer hoogbouw tussen de 60 en wellicht wel 120 meter moet plaatsvinden.

Het is jammer dat Bas van Stokkom in zijn artikel over de grote invloed van vastgoedbedrijven totaal voorbij gaat aan het feit dat door de kennisprestaties van stad en regio veel vraag is naar hoogstedelijk wonen.

Circulair bouwen

Niet alles draait om vastgoedbelangen. Een deel van de opbrengsten vloeit bijvoorbeeld via het fonds 'bovenwijks' naar andere stadsdelen, en bouwers en ontwikkelaars moeten echt bij de plannen aan de bak om veel circulairder te bouwen. En terecht. Intensief bouwen en inbreiden in de bestaande stad is ook duurzaamheid en biedt geschikte kaders voor zaken als centrale afvalinzameling, innovatie in constructie en duurzame materialen, duurzame energievoorziening en vergroening van gebouwen.

Op basis van alle beschikbare plannen en projecten kan gerust worden gesteld dat er oog is voor kwaliteit, leefbaarheid en duurzaamheid. Voorbeelden zijn een openbaar toegankelijk tweede maaiveld met ruimte voor sport en spel, hoogwaardige openbare ruimte in tegenstelling tot de huidige middelmatige stenige openbare ruimte in de binnenstad, terugdringing van autogebruik en blik op straat, substantiële en noodzakelijke toevoeging van groen bij nieuwbouw en gelukkig ook elders in de te stenige binnenstad.

Er blijven zeker zorgen over kwaliteit, leefbaarheid en mobiliteitseffecten van de omvangrijke binnenstedelijke hoogbouw. Er zijn onvoldoende harde randvoorwaarden dat het blik op straat verdwijnt, de binnenstad autoluw wordt en er echt gekozen wordt voor fietsers, voetgangers en OV. Dat hoort, in tegenstelling tot de krampachtige aanpak van de Vestdijk, namelijk ook bij een hoogstedelijk woonmilieu in een internationale kennisstad.

Ogen op straat

De leefbaarheid van de binnenstad krijgt in principe een forse impuls door het toevoegen van een substantieel woonprogramma. Onduidelijk is echter op welke manier dit vorm krijgt en wat wordt gedaan aan het vergroenen van gebouwen. Ik lees weinig over het waarborgen van 'ogen op straat' door bijvoorbeeld het bouwen van woningen met een voordeur of een collectieve ruimte aan de straat. Hetzelfde geldt voor het waarborgen van een diverse en levendige plint met commerciële functies. Ik ga ervan uit dat de maatschappelijke functies in de plint 'per ongeluk zijn vergeten' door de plannenmakers.

Het veranderende klimaat is echter het grootste knelpunt bij alle plannen. Eindhoven is niet alleen de slimste, maar ook de warmste stad van het land. Afgelopen zomer presteerde de binnenstad het om de 50 graden te halen, terwijl de winkeldeuren met loeiende airco's openstonden om winkelend publiek te ontvangen dat er niet was. Ik kan me niet voorstellen dat dit de reden is om hoge gebouwen te ontwerpen die lang en veel verkoelende schaduw bieden. Met wat bomen planten, leuke waterpartijen en altijd goede circulaire ambities komen we er ook niet. De stad is bekend om haar ontwerpkracht. We beschikken over genoeg 'designkracht' om ervoor te zorgen dat bij het ontwerp van de straten en hoge gebouwen het risico van valwinden wordt voorkomen. Sowieso zou de ambitie moeten zijn om door het plaatsen van voldoende bomen ervoor te zorgen dat overal een goed windklimaat is zonder hinder.

Eindhoven wil een toonaangevende kennisstad zijn met daarbij behorende hoogbouw-ambities. Dergelijke ambities vereisen een veel steviger en ambitieuzer klimaatprogramma. Vastgoedeigenaren realiseren goede rendementen in Eindhoven. Deze eigenaren hebben een grote maatschappelijke verantwoordelijkheid om actief mee te werken aan een meer duurzame en leefbare binnenstad met meer groen en minder blik. Een aantrekkelijke, goed functionerende (binnen-) stad is immers van invloed op de waarde van hun vastgoed.

Met Winy Maas heeft de stad een toonaangevende supervisor binnengehaald. Vanuit zijn internationale blik moet hij als geen ander weten dat een ambitieus klimaatprogramma een randvoorwaarde is voor een toonaangevende kennisstad met levendige interactiemilieus. Alleen zo kan Eindhoven de hoogte in.