Mike Teunissen rijdt in zijn bijkeuken de virtuele Ronde van Vlaanderen.
Volledig scherm
PREMIUM
Mike Teunissen rijdt in zijn bijkeuken de virtuele Ronde van Vlaanderen. © Robin Utrecht/ANP

Geen striemende regen en snijdende wind, toch had ik me verheugd

ColumnIk klop het meteen even af, maar er is mijn omgeving nog niemand geweest met zelfs ook maar het geringste kuchje. Dat maakt mij een gezegend mens. Eentje bovendien die ruimte in zijn hoofd heeft om te balen van futiliteiten. Om te lijden onder leed in de marge. 

Dat de voorjaarskoersen zijn afgelast bijvoorbeeld. Ik had er zo’n zin in. Hele middagen op de bank. Af en toe wegdromend, denkend aan van alles en niets. En dan wakker schieten als het commentaar van Michel Wuyts en José de Cauwer, want koers kijken doe je op de Belg, iets urgents begint te krijgen vanwege een ontsnapping, berg, of naderende finishlijn. Ik kan er een snobistisch sausje over gooien om het te verantwoorden. Dat zo’n traag voorbijglijdende zondagmiddag in de verre verte lijkt op leven in de breedte, zoals A. F. Th. van der Heijden het beschreef in zijn romancyclus De tandeloze tijd. Een manier om het leven te vertragen. De tijd die even geen vat op je heeft. De dood op afstand gezet, terwijl die voor de wielrenners – schrikbarend snel op angstaanjagend dunne bandjes – juist verontrustend nabij is. Maar feitelijk ben ik natuurlijk gewoon lui.