Volledig scherm
De Heilige Monulphuskerk in Knegsel is een van de kerken die op de nominatie staat om gesloten en verkocht te worden. © FotoMeulenhof

Het 'kerken' is een aflopende zaak

OpinieDe auteur Jan Klaasen uit Son is oud-docent filosofie en geschiedenis. Hij denkt dat kerken voor toekomstige generaties nog goed kunnen dienen als gedenkteken en leerhuis.

Van wie zijn de grafheuvels, oude kerkhoven en solitaire kerktorens in de Kempen? Van wie de kerken en wat gaat ermee gebeuren, nu het nutteloze relicten uit het verleden zijn geworden? Worden ze gesloopt en verzilverd voor bouwgrond?

Zelfs de drie niet vernietigde zuilen in Palmyra in Syrië worden weer door toeristen bezocht, terwijl de oorlog voortduurt. In Drenthe nemen de kerken in de dorpen een prominente en verzorgde plaats in; ze worden intact gelaten en voor allerlei bijeenkomsten gebruikt.

Hoewel in ons land nog veel kerken overeind staan is het 'kerken' een aflopende zaak. Tussen het herstel van de bisschoppelijke hiërarchie in 1853 en 1950 werden van de 5000 kerken er nog 800 bijgebouwd. Het bombardement van Rotterdam (1940) verwoestte er 25, tijdens de stadsvernieuwing in de jaren erna gingen er nog eens 45 tegen de vlakte. De sloopgolf doet zich nu in heel het land voor of kerken krijgen een nieuwe bestemming.

Onverschilligheid is wat de klok slaat

Het conventionele christendom lijkt uitgewerkt, het kerkelijke leven brokkelt in hoog tempo af. In Nederland is het bijna aan zijn eind gekomen. De ermee verbonden christelijke gebruiken en gewoonten werden geleefd, de christelijke tradities worden voor zover ooit het geval is geweest, niet gekend. Van de christelijke vrije feestdagen wordt de betekenis niet geweten, laat staan ervaren. Onverschilligheid, niet alleen bij de jeugd, is wat de klok slaat. Van afwijzing op grond van overwegingen is nauwelijks sprake. De desinteresse is vele malen groter dan betrokkenheid of vragen hierover. Het conventionele christendom is een historische vorm van christendom, niet een voltooid resultaat dat geconserveerd moet worden.

In het publieke debat over de multiculturele samenleving, over individualiteit en identiteit wordt vaak verwezen naar 'onze' joodse en christelijke wortels. Zonder toelichting is het niet meer dan een standaardzin, een cliché, te pas en te onpas gebruikt als ideologische legitimering voor iets anders. In deze samenhang worden Germaanse, Griekse, Romeinse of Arabische, Assyrische en Egyptische wortels nooit genoemd. Zelfs het Nieuwe Testament, neerslag van een christelijke-theologische ontwikkeling uit de eerste vijf eeuwen na Christus is in zijn huidige gecodificeerde vorm niet de enige bron van christendom. In de 20ste eeuw werden andere evangelies en bronnen toegankelijk. Toen Johannes Hus (1369-1415) tijdens de overgang van de Middeleeuwen naar de Nieuwe tijd vragen stelde naar de betekenis van de transsubstantiatie, het centrale gebeuren tijdens de mis, begon het behalve op kerkelijk gebied op meerdere fronten te rommelen. Wat zowel in Oost-, Midden- als West-Europa eeuwenlang cultuurscheppend had gewerkt, werd vanaf Hus' optreden aanleiding tot discussie en ontaardde in de zogenoemde 'strijd om het avondmaal'. Hus vertaalde de bijbel in het Tsjechisch. Het vond navolging in andere landen. Het latijn, de taal van 'geletterden' (geestelijken), verloor geleidelijk zijn monopoliepositie. Hus werd op het Concilie van Konstanz (toen er drie pausen waren) veroordeeld en op de brandstapel gedood. Zijn optreden betekende het einde van de Middeleeuwen en het begin van de godsdienstoorlogen die enkele eeuwen hebben gewoed.

Voorspelling

De existentiële vragen van Hus zijn nooit opgelost. De kerk werd een randverschijnsel. Haar verschijningsvorm, gebruiken en tradities verwijzen naar Joodse, Griekse en Romeinse cultuurelementen, waarin het christendom zijn kerkelijke vorm heeft gekregen. Intussen lijken de tijd rijp en de voorwaarden vervuld, die Alanus ab Insulis in de 12de eeuw heeft voorzien met zijn voorspelling dat het christelijk geloof in de toekomst leeg zal worden en dat geloven weten moet worden.

Alleen al voor de integratie van komende generaties in de Europese cultuur zouden de kerkgebouwen als gedenkteken en leerhuis kunnen dienen. Met het einde van de kerkelijke vorm is het christendom niet voorbij, maar kan het door de individualisering nu pas beginnen. Waarom zijn Egyptische en Griekse tempels, de stoepa's in Azië en de hunebedden in Drenthe voor ons moderne mensen nog altijd interessant? Zou dat voor de generaties na ons ook niet voor de kerken in de dorpen gelden? Of moeten zij hiervoor naar omringende landen, waar meer respect voor kerken is.

  1. Eindtijd
    PREMIUM

    Eindtijd

    Onder het spoorviaduct lag een vreemd hoopje stof, waar ook nog iemand onder bleek te liggen. Vlak voorbij het viaduct stond weer een viertal Jehova’s getuigen achter een rek met folders. Een poosje waren ze weg geweest, ongeveer in de periode dat de club beschuldigd werd van het naar buiten toe verdoezelen van kindermisbruik. Gods leger telde in het aardse heel wat verknipte kostgangers en viespeuken, al hadden ze vermoedelijk toch de bui zien hangen. Maar nu stonden ze weer vlakbij het station of er nooit wat gebeurd was.