Volledig scherm
PREMIUM
© Menno Boon

Hij herhaalde dat hij er genoeg van had en keek wat betrapt in mijn richting

columnHet was druk in de trein, maar ik vond nog net een plaatsje tegenover een jongeman, die zich ingebouwd had met koffers en die met tegenzin wat opzij schoof, zodat ik kon gaan zitten op mijn billen, die door de ouderdom steeds liever gingen zitten. 

Door de stapel koffers vroeg ik me af waar hij heen ging, waar hij naar op weg was. Aan zijn gezicht viel weinig af te lezen. Hij droeg een bril en een dun baardje en ik schatte hem rond de dertig jaar. Ik trok mijn voeten zo dicht mogelijk naar me toe, om die van hem niet te raken.