Volledig scherm
Onthoornde koeien met gele identificatieflappen in hun oren en een chip om hun nek. © ANP XTRA

Industriële landbouw is op dood spoor beland

OpinieJan Klaasen woont in Son. Hij is een boerenzoon, studeerde theologie, filosofie, pedagogie en geschiedenis en werkte ruim 30 jaar als docent in het middelbaar en hoger beroepsonderwijs. Hij vindt dat de efficiënte, industriële landbouw van alles is, behalve duurzaam. Allen zijn slachtoffer en schuldig.

De commissie Remkes heeft gesproken, nu is de regering aan zet. Welke besluiten zij ook neemt - na jarenlang verzuim tegen beter weten in -, ze zullen pijnlijk zijn. Maar eens keert de wal het schip.

Hoe is het zover kunnen komen? Tijdens de economische crisis in de jaren dertig en in de Tweede Wereldoorlog gold onder boeren het gezegde: geen volk is zo machtig als zijn boeren. Als bewerkers en verzorgers van de aarde waren zij ook rentmeester. Het woord duurzaamheid bestond niet. Inmiddels zijn boeren moderne ondernemers die produceren voor de wereldmarkt, waar de wetten van vraag en aanbod gelden. Van de voormalige boerentrots is niet veel over. De meesten gaan gebukt onder zware financiële lasten en zijn naast hun dagelijks boerenwerk vooral belast met technisch onderhoud, boekhouding van mest, fosfaat en financiën, in- en verkoop van voer en vee en het volgen van gemeentelijke, provinciale, nationale en Europese regelgeving die voortdurend verandert en soms tegenstrijdig is.

Met handen en voeten zijn de boeren gebonden aan het bedrijf dat zij al of niet vrijwillig van hun ouders hebben overgenomen. In verband met de bedrijfscontinuïteit zijn er zorgen over hun opvolging en verkeren ze in onzekerheid over hun oude dag. Hun kinderen lopen gelukkig niet vanzelfsprekend in het voetspoor van hun ouders.

Veranderingen

Boeren leven arm en sterven rijk. Het erfgoed van het natuurlijk milieu, waar mens en dier ván en ín leven, was in alle culturen in handen van een aparte boerenstand. Na de Tweede Wereldoorlog hebben landbouw, veeteelt en tuinbouw een metamorfose ondergaan. Schaalvergroting, mechanisering en specialisering hebben geleid tot werkwijzen die onomkeerbaar lijken. Deze veranderingen zijn niet van de boeren uitgegaan, maar van instanties die genoegzaam bekend zijn. Banken, meelfirma's, groothandels in vlees, groenten en akkerbouwproducten en grote winkelketens dicteren de prijzen, waardoor boeren voor hun producten een te lage prijs krijgen. Verwende consumenten zijn al lang gewend aan te goedkoop voedsel, terwijl boeren voor hun overleven worden gedwongen om grootschalig te werken en hiervan de materiële en immateriële schade ondervinden.

Wanneer je op het platteland om je heen kijkt, zie je onthoornde koeien met gele identificatieflappen in hun oren en een chip om hun nek voor de registratie van de hoeveelheid melk die ze geven en hiervan afhankelijk de hoeveelheid krachtvoer die ze krijgen. Mond- en klauwzeer, varkenspest, vogelgriep, q-koorts, gifschandalen, mestfraude en stalbranden waren geen aanleiding tot inkeer. Integendeel, ondanks de overlast van fijnstof in de lucht en gierlucht in de kleren loopt de aanpak van de jarenlange overlast vast. In sommige regio's doen huisartsen een dringend beroep op de overheid om te stoppen met de groei van de veestapel.

Een provinciaal 'concilie' over mestoverschot in Den Bosch, de hoofdstad van de provincie met de meeste varkenskwartieren, leverde niets op. De 'mest-dialoog' tussen burgers en 'de sector' bleef in woordnevels steken. De lokale, regionale, provinciale, nationale en Europese politici staken de koppen in het zand en beijverden zich om hun regio te laten uitgroeien tot Agri-food-Capital. Het wachten was op nieuwe melkplassen en vleesbergen of andere calamiteiten. Die zijn er aan de lopende band.

Milieuschade

Buiten beschouwing blijft de immense milieuschade door ontbossing en gifgebruik in Zuid-Amerikaanse landen, waar het veevoer vandaan komt. Bij recent onderzoek werden zowel in gangbare als in biologische bedrijven gifresten in dierenmest gevonden. Veevoer-export betekent rijkdom voor weinigen en armoede voor velen. De mega-stallen hebben intussen het platteland met hier en daar een 'beschermd' natuurgebied en waterwingebied veranderd in industriegebied voor vee. De van daglicht afgesloten mesterijen, omzoomd door afrasteringen, ademen een doodse verlatenheid. Je hoort slechts het gezoem van elektromotoren van luchtwassers en van af- en toevoersystemen voor voer en lucht. De lucht waarin we leven en waar alles wat leeft van afhankelijk is, wordt bedreigd. De stallucht waarin dieren leven, moet gewassen worden. Ongeveer de helft van de varkens in de stallen heeft door de ammoniak luchtwegproblemen. De mrsa-bacterie bedreigt de gezondheid van mens en dier.

Aan de lelijkheid van het verschraalde platteland raak je gewend, je ziet het overal, in welke regio je ook kijkt. Jongere generaties weten al niet beter. Dat het woord duurzaamheid gangbaar is en rentmeesterschap niet meer, is meer dan alleen een semantische kwestie. De efficiënte, industriële landbouw is van alles, maar allesbehalve duurzaam. De niet grondgebonden landbouw en veeteelt is op een dood spoor beland, zij laat het boerenland sterven. De aarde, de lucht, het landschap met alles wat er op, onder en boven leeft, inclusief boeren en burgers, allen zijn slachtoffer en medeschuldig. Waar het aan schort, is een menselijke maat en inzicht in de mens en zijn relatie tot de levende natuur.