Nederland is opgedeeld in regio's die moeten aangeven waar grote wind- en zonneparken kunnen worden aangelegd. Op de foto het Zonneveld in Best.
Volledig scherm
Nederland is opgedeeld in regio's die moeten aangeven waar grote wind- en zonneparken kunnen worden aangelegd. Op de foto het Zonneveld in Best. © Jean Pierre Reijnen

Klimaatakkoord: voortvarende start in de Kempen

OpinieEnergietransitie is nodig, maar grootschalige zon-en windparken moeten zorgvuldig worden ingepast. Dat schrijft Theo Bouwman in dit ingezonden artikel. Bouwman is oud-lid van de Provinciale Staten van Brabant en het Europese Parlement voor GroenLinks.

Als uitwerking van het Klimaatakkoord is Nederland opgedeeld in tientallen Regio's die een Energie Strategie (RES) moeten opstellen. In Brabant zijn vier regio's die een energie-opwek-opdracht hebben. Eén daarvan is de Metropool Regio Eindhoven (MRE), het samenwerkingsverband van 21 gemeenten, van de Kempen tot de Peel. De MRE moet vier petajoule opwekken en daarvoor zijn 150 windturbines of 10 vierkante kilometer zonnevelden - of een combinatie daarvan - nodig. Men kiest in eerste instantie voor deze bewezen technieken. Andere technieken, zoals waterstof, komen pas later aan de orde. Daarnaast moeten de regio's plannen maken voor energiebesparing en het gebruik van warmte.

In het MRE-gebied blijken twee snelheden te bestaan. In de Kempen zijn de zoekactiviteiten voor grootschalige zon- en windenergie al meer dan een jaar geleden gestart. Er zijn haalbaarheidsonderzoeken verricht en op de uitkomsten heeft men een MER (milieueffect rapportage) toegepast. Er is een voorlopige PlanMER opgesteld, onder andere op basis van inventarisaties van mogelijke plekken voor zonnevelden en windparken. Belangengroepen zijn gehoord over hun wensen, met name bewoners, gemeenten, waterschappen, defensie (radar), netwerkbeheerders, commerciële partijen en natuurorganisaties.

Op die voorlopige PlanMER, met daarin mogelijke locaties voor windparken en grootschalige zonnevelden, hebben zowel de commissie MER als de Brabantse Milieufederatie, Natuurmonumenten, Brabants Landschap, Stichting Groen Kempenland, Milieuwerkgroep Kempenland en Vereniging Het Groene Hart Brabant gereageerd. De inspraakreacties liegen er niet om: 'De natuur lijkt in de PlanMER meer op een te nemen horde, dan op een te behouden waarde'.

Natuurwaarden

Op de eerste plaats lijkt het concept de Natura 2000-gebieden te respecteren qua afstanden van windturbines. Maar er wordt nauwelijks rekening gehouden met de natuurwaarden binnen het Natuurnetwerk Brabant (ecologische hoofdstructuur en verbindingszones), die ook ontzien moeten worden. Zoals in de Mortelen en Landgoed Baest/Beerzedal.

Op de tweede plaats wordt gewezen op de gevolgen voor kwetsbare vogelsoorten. Ook door Vogelwerkgroep de Kempen is vroegtijdig gewezen op de 'Nationale Windmolenrisicokaart voor Vogels' van de Vogelbescherming/ Sovon. Die zienswijze is genegeerd. Sterker er zijn potentiële windlocaties aangewezen in risicogebieden.

Op de derde plaats is men verbaasd dat geen veldbezoeken en geluidsberekeningen zijn verricht, laat staat veldonderzoek. Ook zijn al vergunde windprojecten niet meegenomen, waar wel sprake is van cumulatieve effecten voor dat gebied (De Pals en Reusel-De Mierden). Tot slot blijkt ook dat de Cultuurhistorisch Waardekaart nauwelijks geraadpleegd is en daar staan belangrijke aanwijzingen in voor inpassing van grootschalige zon- en windparken.

Na verwerking van deze inspraakreacties alsmede het eindadvies van de Commissie MER worden de bestuurlijke keuzes voor het beleid- en toetsingskader vastgesteld en in februari/maart 2020 aangeboden aan de gemeenteraden. Aldus de ontwikkelingen in de Kempen.

Naarstig zoeken naar mogelijke gebieden

De rest van de MRE loopt flink achter op de Kempen en zal waarschijnlijk geen MER-procedure doorlopen. Dat beperkt de inspraakmogelijkheden. Er zijn ook nog geen definitieve kaarten met mogelijke locaties zoals in de Kempen. In de zogenaamde werk-ateliers van de RES/MRE wordt door ambtenaren van alle betrokken gemeenten en vertegenwoordigers van tal van organisaties (bedrijfsleven, woningcorporaties, energiecoöperaties, waterschappen, netwerkbeheerders, natuurorganisaties) nog naarstig gezocht naar mogelijke gebieden voor grootschalige zon- en windparken. De Brabantse natuur- en milieuorganisatie hebben hun gemeenschappelijke visie 'Energieopgaven en het Brabantse landschap' in zeven aanbevelingen al in juni 2019 vastgelegd. In de periode februari/maart komt er een concept RES voor het hele MRE-gebied.

De gemeenteraden worden hierover geïnformeerd, maar nemen uiteindelijk niet de beslissing. Die is voorbehouden aan B en W.

Ook dit is een democratisch tekort, waardoor gemeenteraden en natuur- en landschapsorganisaties extra alert moeten zijn. De duiding van potentiële locaties en hun energieopbrengst zal uiteindelijk landelijk getoetst worden aan de opdrachten uit het Klimaatakkoord. Als het niet voldoende is, komt er een aanvullende opwek-opdracht.

Aan het voorbeeld van de Kempen is duidelijk te zien dat we de ontwikkelingen scherp moeten volgen. Energietransitie is een absolute noodzaak, maar zorgvuldige inpassing van grootschalige zon- en windparken is nodig.