Volledig scherm
Massaal protest van boeren op het Malieveld in Den Haag. © ROBIN UTRECHT

Landbouw protest: Boeren zijn in slaap gehouden

OpinieDe auteur van dit artikel is Guus Koopman. Hij is secretaris van D66-Hart voor Asten en oud-raadslid. Hun woede is terecht, maar de boeren richten zich op de verkeerde partij. Ze zijn een doodlopende weg in geduwd.

Dinsdag 1 oktober 2019 zal de geschiedenis ingaan als hét boerenprotest van Nederland. Tienduizenden boeren, boerinnen, tuinders, opvolgers, kinderen stonden op het Malieveld met een zeldzaam vertoon van solidariteit te protesteren tegen 'Den Haag'.

Te midden van hen enkele oud-politici, bestuursleden van belangenorganisaties als de LTO en opportunisten. Op het podium het organiserende comité, woordvoerders van verschillende actiegroepen, zittende politici, de minister voorop en enkele Kamerleden.

Het goede nieuws is dat met deze massale demonstratie de etterende zweer opengebarsten is. Het slechte nieuws is dat de brenger van dat nieuws weggejouwd werd. Hij werd niet onthoofd zoals in vroeger tijden, maar hem werd de microfoon ontnomen. De woede richtte zich op de verkeerde persoon en zijn partij, D66.

Terecht dat de boeren kwaad zijn. Al veel te lang worden zij door hun eigen bestuurders in slaap gehouden. Al veel te lang hebben achtereenvolgende ministers en staatssecretarissen hun hoofd laten hangen naar de landbouwlobby zonder een eigen visie te ontwikkelen. Al veel te lang hebben met name de Rabobank, veevoedergiganten en adviseurs agrarische ondernemers in de richting van de doodlopende weg van groei geduwd.

Nu de steen in de vijver is gegooid, komt de volgende fase: bezinning op hoe verder. Wie niet naar het verleden kijkt, leert niets voor de toekomst. In een nieuwsflits kwam een boerin met een prachtige uitspraak: ,,Een boer komt niet makkelijk van zijn erf en dat we nu met zoveel zijn...'' Misschien is dit de kern van het probleem.

Het erf. Mijn land, mijn stal, kas, kwekerij. Ik ben hier de ondernemer en ik doe wat ik nodig vind. Maximale gerichtheid op de eigen bedrijfsvoering. En ik neem onmiddellijk aan dat dit met de grootste inzet gebeurt. Maar ondernemen is ook vooruitzien, risico's inschatten, risico's spreiden, afhankelijkheid voorkomen, zekerheid in de verkoopketen borgen. Zoals het landbouwsysteem zich in Nederland heeft ontwikkeld, is desastreus op vele fronten.

Volkomen begrijpelijk dat kort na 1945 de stemming was 'nooit meer honger!' De noodzakelijke hervormingen in de kleinschalige landbouw hebben echter geleid tot 'Nederland voedt de wereld!' Het bekt lekker, maar het is een leugen. Dagelijks sterven wereldwijd 10.000 kinderen direct of indirect van de honger. Dat zijn ruim 3,5 miljoen kinderen per jaar. Om dan zo'n slogan als argument te gebruiken, getuigt van weinig maatschappelijk bewustzijn.

Kaalgevreten landschap

Het landbouwsysteem in Nederland is in een fuik gezwommen. Het adagium dat groei de enige richting is, de verwachting dat de techniek alle problemen oplost, het idee dat efficiëntie de heilige graal is, heeft geleid tot een kaalgevreten landschap. Met name de confessionele politieke partijen schermen graag met het begrip 'rentmeesterschap'. De afgelopen 40 à 50 jaar heeft de politieke verantwoordelijkheid in Nederland voor het grootste deel in handen gelegen van die confessionele partijen. Van goed rentmeesterschap is bar weinig terechtgekomen.

Landschapspijn, het woord voor de schrijnende aanblik van groene woestijnen van gras, glinsterend glas, torenhoge silo's. Is dat de individuele boer aan te rekenen? Deels niet, deels wel. Niet meedoen leek geen optie. Bedrijfsuitbreiding, vernieuwing van de stallen: de plannen zijn door de Rabobank of adviesbureaus bijna altijd naar een veel hoger plan getild dan de ondernemer zelf wilde. Het rendement op de lening 'kon alleen uit' bij een veel groter volume. De banken, de adviesbureau, de veevoedergiganten adviseerden naar hun eigen rendement en niet naar de wens van de boer. Slechts een enkeling ging zijn eigen weg en boert op zijn wijze naar tevredenheid.

De mooie solidariteit die op 1 oktober te zien was, is al jaren geleden verdampt. Door versnippering van de coöperaties of door groei van ondernemers die groot genoeg werden om de eigen boontjes te doppen en dus dachten geen coöperatie meer nodig te hebben. En toen kwamen de inkopers met hun eisen en wensen, toen werd de boer uitvoerder van monocultuur om maar optimale opbrengst te krijgen. Toen werden ondernemers tegen elkaar uitgespeeld en begon de ratrace naar de bodem. Daarom is een deel van het slachtofferschap, waarmee de sector zich gemakkelijk tooit, ook een vertoon van krokodillentranen. Spreek je met een individuele boer op een informeel moment dan leeft bij de overgrote meerderheid het besef van de foute richting en de uitzichtloosheid van de problemen.

Mooie praatjes

Daarom is mijn hoop dat nu de demonstratie achter de rug is, er geen zelfgenoegzaamheid komt bij de boeren. Dat wordt ingezien dat de mooie praatjes van de VVD en CDA 'eerst laten zien dat we achter de boeren staan' of de minister die zegt dat 'er geen halvering komt zolang ik minister ben...' volstrekt vrijblijvende en nietszeggende frasen zijn. Dat de sector inziet dat de voorzitter van de LTO die zegt dat 'er te veel natuur in Nederland is, die niets kan hebben' hen een slechte dienst bewijst.

De sector moet weg uit het wurgsysteem. Dat kan niet met vage toezeggingen of loze kreten. Dat moet met harde ingrepen. Dat doet pijn. Zeker. Maar langer voortmodderen is dodelijk voor het landschap, het milieu én voor de boer zelf.

De overheid moet eindelijk serieus werk maken van de transformatie van voedselproductie in Nederland. Daar hoort een eerlijk en bestendig verhaal bij. Geen politieke-waan-van-de-dag-maatregelen. De opgave voor boer, bestuurder en beleidsmaker is een ecologisch, economisch en maatschappelijk houdbaar systeem te ontwerpen. Met een goed verdienmodel. Met eerlijke verdeling van lasten en lusten. Met een eerlijk verhaal.

De eerlijke slagzin 'van boer naar bord' heeft alles in zich om als rode draad voor dit nieuwe systeem te dienen. Niet alle kosten voor deze transformatie moeten door de Nederlandse belastingbetaler worden gedragen: de Rabobank heeft een substantieel aandeel gehad in de uit de hand gelopen schaalvergroting. Die verantwoordelijkheid moet zij zich aantrekken.

Ik kan niet anders doen dan de hoop uitspreken dat de bezinning door alle betrokkenen met respect voor elkaars uitgangspunt en inzicht wordt gedaan.