Volledig scherm
De aantrekkelijkheid van Eindhoven is het kleinschalige dorps-stedelijke netwerk. Die kwaliteit moet worden versterkt. © Ronald Otter

Luie architecten kiezen voor bouw woontorens

OpinieAls Eindhoven de binnenstad wil verdichten en de stedelijkheid wil bevorderen, kan dat ook zonder woontorens. Dat betoogt Thom Aussems, oud-directeur van woningcorporatie Sint Trudo in Eindhoven, in dit ingezonden artikel.

Als we Winy Maas c.s. moeten geloven zijn 'woontorens' het wondermiddel voor alle kwalen van de binnenstad van Eindhoven. Joks Janssen was de eerste die twijfel zaaide toen hij een artikel van Jan Gehl op twitter plaatste met als titel: 'Woontorens zijn het antwoord van luie architecten op hoge bevolkingsdichtheid'. De keuze voor woontorens wordt vanuit de hoek van stedenbouwers veelal beredeneerd vanuit de behoefte aan (1) verdichting en (2) (hoog)stedelijkheid.

Laat ik met de wens om een hogere dichtheid beginnen. De lage dichtheid in het centrum van Eindhoven is een gevolg van naoorlogse plannen, allemaal gemaakt door Rotterdamse stedenbouwers, waarin de voorkeur aan niet-woonfuncties, zoals werken en retail, gegeven werd. In combinatie met de decennialange sloopwoede heeft dat geresulteerd in een ontvolking van de binnenstad.

Ik ben er een groot voorstander van dat we de toenemende vraag naar woonruimte zoveel mogelijk oplossen binnen het bestaand stedelijk gebied. Grootschalige stadsuitbreidingen à la Vinex zijn niet (meer) van deze tijd: ze nemen veel ruimte in beslag, gaan ten koste van de landschappelijke kwaliteit en zijn, in termen van infrastructuur, extreem kostbaar: verdichting is dé opgave.

5 à 6 lagen

Voorstanders van hoogbouw willen ons doen geloven dat torens de hoogste dichtheid geven. Dat is onjuist. De Parijse binnenstad is één van de dichtst bebouwde gebieden ter wereld (22.000 inwoners/km²), maar bestaat vrijwel geheel uit bebouwing van 5 à 6 lagen. De dichtstbevolkte km² in Europa is het Cerdà grid in Barcelona, 5 à 6 woonlagen hoog, met 15.000 inwoners per km².

Het tweede cluster argumenten ter onderbouwing van woontorens is: hoogbouw bevordert de 'stedelijkheid'.

Marlies de Nijs heeft de levendigheid onderzocht van 108 woontorens hoger dan 65 meter die gebouwd zijn in de periode 2004-2015. Haar conclusie: slechts 20 procent van de 108 hoge gebouwen heeft een plint die een bijdrage leveren aan een levendig straatbeeld. Die conclusie is niet zo vreemd als je naar de kwaliteit van de (openbare) ruimte rondom de Admirant, de Regent en de Vestedatoren kijkt. Om die reden noemt Jan Gehl woontorens 'domme dichtheid'. 

Doordeweekse woonkwaliteit

De vraag is of het centrum op deze (fysieke) vorm van stedelijkheid zit te wachten. Urban Affairs en Urban Scape hebben in 2008 geconstateerd dat de sterkte van de stad/regio niet zozeer het 'stedelijk klimaat' of de 'kapitale landschappen' zijn, maar het 'kleinschalige dorps-stedelijke netwerk'. Met 'Eindhoven Supervillage' benadrukten ze de ‘doordeweekse woonkwaliteit', die in het weekend of in de vakantietijd kan worden afgewisseld met 'meer exotische bestemmingen', waaronder enkele grotere steden (Amsterdam, Brussel, Düsseldorf) en landschappen buiten de regio (de Veluwe, de Hoge Venen).

Die 'doordeweekse' kwaliteit is precies de reden dat zoveel gezinnen uit India neerstrijken in de regio, vooral in Meerhoven. Tegelijkertijd is die 'doordeweekse' kwaliteit onvoldoende om jonge talenten - brandstof voor de nieuwe economie - aan te kunnen blijven trekken. Om die reden is een versterking van het (hoog)stedelijk milieu uitermate wenselijk.

Het is een tragisch misverstand te veronderstellen dat door 'Groot-Eindhoven' te transformeren in een 'klein-Rotterdam' dat doel bereikt wordt. Stedelijkheid is niet het resultaat van grootschalige fysieke ingrepen.

 Investeren in ‘zachte’ kwaliteit van de stad

Het meest recente EU-onderzoek naar 'the ideal cultural & creative city' laat dat messcherp zien. Voor het onderdeel 'Intellectual property and innovation', de verdienste van de hightechsector, scoort Eindhoven 92 punten van de 100. Maar op het onderdeel 'culture vibrancy' scoren we een heel matige 24.3. Meer stedelijkheid vereist eenvoudigweg hogere investeringen in de 'zachte' kwaliteit van de stad, waaronder de culturele sector: 25 miljoen euro subsidie op een begroting van 886 miljoen is veel te karig.

Daar komt bij dat die torens van Maas niet bereikbaar en betaalbaar zijn voor het jonge talent. Nu al ligt de huurprijs van appartementen in de hoogbouw dik boven de 1000 euro per maand.

Wanneer we in Eindhoven een hogere dichtheid in de bestaande stad willen realiseren, doen we er verstandiger aan het hoogspoor ondergronds te leggen en de Fellenoord te transformeren in een gemengd stedelijk gebied. Daar kunnen minimaal 30.000 mensen wonen in 5 à 6 lagen. Wenen en Zürich laten zien dat deze huisvesting uitstekend (betaalbaar) gebouwd kan worden door coöperaties van bewoners, woningcorporaties en/of de gemeente zelf. Bijkomstig voordeel is dat de vastgoedwaarde niet aan private (buitenlandse) investeerders wordt uitgedeeld, maar binnen de stadsmuren blijft.