Jos Kessels.
Volledig scherm
PREMIUM
Jos Kessels. © Joost Hoving

Mijn bijdrage aan het milieu

ColumnHé Jos, klonk het in mijn rug. Ik wilde net de fiets pakken bij de kringloopwinkel, waar ik voor het eerst in anderhalf jaar weer eens was gaan kijken. Het was bij kijken gebleven. Ik hoorde het niet graag, de stem van een vreemde die mij leek te kennen. 

  1. Het dasje valt gretig op het noodvoer aan
    PREMIUM
    Column

    Het dasje valt gretig op het noodvoer aan

    Nietsvermoedend fiets ik richting dorp als ik, bijna ín het dorp, een das zie lopen. Een dasje eigenlijk, het is een jong dier aan het formaat te zien. Dit deugt niet. Een das is een nachtdier en moet niet om half drie in de middag op deze plaats zijn. Bovendien zou ik het zo kunnen pakken. Ik doe het niet want ik weet dat dassen sterke kaken hebben en ik vind vijf vingers wel handig. Wel moet ik proberen te voorkomen dat het dier verder richting dorp loopt. Ik zet mijn fiets midden op de weg en drijf het dier een tuin in. De eigenaars komen me helpen om het dasje verder richting groen te sturen. Dat lukt.