Volledig scherm
Het Jan van Brabant College is aan de Molenstraat in Helmond deels gehuisvest in verouderde gebouwen. © FotoMeulenhof

Politiek gijzelt Jan van Brabant

OpinieDe auteur van dit artikel, Lambèrt van Genugten is voorzitter van het college van bestuur van de Stichting Openbaar Onderwijs Jan van Brabant in Helmond. 

Jan van Brabant College vraagt van de gemeente Helmond gelijke behandeling bij het faciliteren van huisvesting.

Helmond kan trots zijn op een divers en breed onderwijsaanbod dat past bij het karakter en de ambities van de stad. Het is wrang te moeten constateren dat dit nu onder druk staat door de keuzes die het college van B en W maakt. De kwaliteit van onderwijs wordt immers niet alleen bepaald door onderwijsinhoudelijke zaken. Een belangrijk deel van de kwaliteit van een school is het gebouw en de omgeving waarin lesgegeven wordt. Precies dáár wringt de schoen.

Het Jan van Brabant College Molenstraat, de voormalige 'Rijks', biedt de stad al 152 jaar openbaar voortgezet onderwijs. Vanaf het moment dat bijzonder - lees katholiek - voortgezet onderwijs zijn intrede deed, heeft het openbaar onderwijs zijn positie steeds moeten bevechten. Met succes: onze school aan de Molenstraat draagt met trots het predicaat 'excellent'.

We zijn gevormd door onze historie, maar focussen op de toekomst. Om zomaar een voorbeeld te noemen: we bieden als Brainportschool op alle niveaus tweetalig onderwijs aan. Waarom luiden we dan nu de noodklok?

Oude gebouwen

Kort en goed: aan de Molenstraat is in de loop van de tijd een verzameling van gebouwen ontstaan, waaronder oude gebouwen die niet meer geschikt zijn om eigentijds onderwijs te huisvesten. Het oudste gebouw stamt uit 1867, de 'kerk' uit 1893. We hebben ernstige zorgen over het binnenklimaat van deze monumentale gebouwen en de energie- alsmede onderhoudskosten rijzen de pan uit. Tegelijkertijd eist de overheid dat wij maatregelen nemen om onze gebouwen (bijna) energieneutraal te maken. Iedereen die zelf een oud huis bezit, weet dat dit niet met enkele eenvoudige ingrepen te doen is.

Het faciliteren van goed onderwijs door het beschikbaar stellen van de juiste huisvesting, is een wettelijke taak van de gemeente. Burgemeester en wethouders hebben echter aangegeven nu geen geld te kunnen vrijmaken. Het rijk geeft wél geld om deze taak uit te voeren, maar oormerkt deze middelen niet. De gemeente mag ze naar eigen inzicht inzetten. Het rijk geeft gemeenten de mogelijkheid deze middelen door te sluizen naar de scholen, om zelf hun huisvesting te regelen ('doordecentralisatie'). In Helmond is een voor Nederland unieke en vreemde situatie ontstaan, omdat de gemeente dat alleen gedaan heeft voor het katholiek voortgezet onderwijs.

Ongelijk

In februari 2000 heeft de raad besloten om per jaar een bedrag per leerling aan de OMO-scholen (onder meer het Carolus Borromeus College en het Dr. Knippenbergcollege) ter beschikking te stellen. Het ging toen om 540 gulden per leerling; inmiddels is dat bedrag met de inflatie meegestegen. Bovendien heeft de gemeente de gebouwen waar de scholen in gevestigd waren voor de helft van de (boek)waarde overgedragen aan het schoolbestuur van OMO en het daarmee vervolgens alle vrijheid gegeven zelf plannen te maken en uit te voeren. Op de achterkant van een bierviltje is uitgerekend dat dit van de gemeente een totale investering van ongeveer 100 miljoen euro vraagt. Een investering in onderwijs die wij niet ter discussie willen stellen. We stelden toen al vast dat dit tot een ongelijke positie van de scholen leidt. De nieuwbouw die OMO nu kan realiseren, is ook broodnodig voor het Jan van Brabant - niet eens per se aan de Molenstraat. We staan open voor alternatieven elders in de stad en zijn zeer wel in staat om dat zelf te regelen. Een gelijke uitgangspositie is daar echter wel voor nodig. Nog even terzijde: de wet verplicht gemeenten om die gelijkwaardigheid wél te bieden.

Waarom heeft de gemeente Helmond geen gehoor gegeven aan onze oproep (in 2004, 2009, 2010, 2015 en recent) om investeringen voor de vestiging Molenstraat of vervangende nieuwbouw mogelijk te maken? Het platte antwoord is: geld. De gemeente kiest ervoor om het geld anders in te zetten, zoals voor de omgeving van de toekomstige sport- en beleefcampus De Braak. Dat doet de wenkbrauwen wel fronsen, nu het stadsbestuur zowel onderwijs als duurzaamheid zo hoog in het vaandel heeft.

Ter illustratie: jaarlijks spenderen wij 85.000 euro aan energiekosten, alleen voor de Molenstraat. Dat is onderwijsgeld dat bijna letterlijk in de kachel verdwijnt. Bovendien beschikken wij niet, zoals andere scholen, over adequate mogelijkheden voor binnensport. Daarom 'sponsoren' we de sportzalen aan de Suytkade met ruim 50.000 euro per jaar, terwijl ook dat geld daar niet voor bedoeld is.

Verbetering

Overigens willen we niet de indruk wekken dat de gemeente helemaal niks doet. Met hulp van de gemeente en een eigen investering hebben we aan de Gasthuisstraat en Deltaweg een verbetering doorgevoerd aan onze schoolgebouwen daar. Dat doet echter niks af aan het feit dat ons in de Molenstraat het water inmiddels aan de lippen staat.

Binnenkort praten raad en commissie opnieuw over de gemeentelijke financiën, ook in relatie tot onderwijshuisvesting. Wij roepen het Helmondse college en de politieke partijen op nog eens te overwegen wat écht belangrijk is: investeren in onderwijs, mét een gelijkwaardige positie van openbare en katholieke scholen voor voortgezet onderwijs, of andere keuzes die nu voorliggen.

Onze oproep: wees zuinig op het diverse karakter van het voortgezet onderwijs in Helmond, in het belang van de kinderen van nu en de burgers van de toekomst. Dat vraagt lef, maar als het college zichzelf, zijn ambities en de toekomst van de stad serieus neemt, pakt het deze handschoen op. En waar een wil is, is een weg! We vragen niet de hoofdprijs, we willen gewoon goed onderwijs kunnen blijven geven aan 'onze' kinderen.