Volledig scherm
Een beeld uit de Sire-campagne. De meeste spullen zijn niet zo gemakkelijk te repareren als een kapotte spijkerbroek. © Sire

Sire-campagne helpt niet: Nieuw product is gemakkelijker dan repareren

Auteur Dennis van de Wetering woont in Nuenen. Hij is docent Nederlands en koopt graag nieuwe spullen. Volgens hem zijn producten niet meer gemaakt om gerepareerd te worden. Dat verandert niet door een campagne.

Onlangs lanceerde Sire (Stichting Ideële Reclame) de campagne 'Waardeer het, repareer het'. Met deze campagne wil Sire Nederlanders motiveren om hun defecte spullen voortaan te laten maken. Per Nederlander gaat per jaar 18 kilo aan elektrische apparaten, 15 kilo textiel en 16 kilo speelgoed en meubelen de containers in. Spullen die na een reparatie vaak nog prima mee kunnen, stelt de stichting. In dit artikel zal ik aan de hand van drie argumenten aantonen dat het weggooigedrag van de Nederlanders niet te veranderen is met de Sire-campagne.

Ten eerste zijn onze spullen tegenwoordig veel te ingewikkeld om te laten repareren. Alle apparaten - van koffiemachines tot tractoren - bevatten tegenwoordig een chip of zijn verregaand gecomputeriseerd. Voor buitenstaanders is het vrijwel onmogelijk om reparaties uit te voeren. Bovendien kunnen onafhankelijke reparatiebedrijven alleen wat uitrichten als ze de beschikking krijgen over documentatie en instrumenten om de apparaten uit te lezen. Daarnaast is repareren geen routine, want reparatie komt in vrijwel alle gevallen neer op handwerk. En dat kost tijd.

Het tweede argument is dat tijd vandaag de dag meer waard is dan geld. Wil je jouw machine laten repareren, dan ben je die meteen een paar weken kwijt. Daar willen mensen niet op wachten. Een nieuw product kun je de volgende dag al in huis kunt hebben. Het loont daarom minder om spullen te laten repareren.

Luxe

We zijn als bevolking rijker geworden, waardoor het aanschaffen van een nieuw product de luxe is die we ons kunnen permitteren.

Als je echt naar een circulaire economie wil, dus het streven naar zoveel mogelijk hergebruik, moet je ervoor zorgen dat repareren net zo gemakkelijk wordt als het aanschaffen van een nieuw product.

Mijn derde en laatste argument is de achilleshiel van de consumptiemaatschappij: de spullen waarmee we ons leven steeds comfortabeler maken, hebben maar een beperkte levensduur. Het lijkt ook of fabrikanten willen dat een product niet gerepareerd wordt. Feit is dat ruim negentig procent van de bedrijven die hun geld met producten verdienen, hetzelfde businessmodel hanteren. Met andere woorden: zo veel mogelijk producten zo snel mogelijk verkopen. Dit staat in contrast met een lange levensduur van producten. Bovendien betekent het dat ontwerpen vaak gericht zijn op efficiënte productie in plaats van op eenvoudige reparatie.

De campagne 'Waardeer het, repareer het' zal geen zoden aan de dijk zetten. Onze spullen zijn tegenwoordig veel te ingewikkeld om te laten repareren. Daarnaast zijn we als bevolking rijker geworden, waardoor we ons de aanschaf van een nieuw product kunnen permitteren. Ook is de massaproductie van de fabrikanten ingesteld op zo veel mogelijk producten zo snel mogelijk verkopen, waarbij eenvoudige reparatie van ondergeschikt belang is.

De campagne van Sire zal het weggooigedrag van Nederlanders niet beïnvloeden.