Met de bouw van onder meer de Vestedatoren heeft Eindhoven jaren geleden al voor hoogbouw gekozen.
Volledig scherm
Met de bouw van onder meer de Vestedatoren heeft Eindhoven jaren geleden al voor hoogbouw gekozen. © Bert Jansen

Stad als Eindhoven heeft behoefte aan iconen

OpinieDiscussie over hoogbouw moet niet op basis van sentiment maar van inhoudelijke argumenten worden gevoerd. Dat schrijft Robert de Greef in dit ingezonden artikel. De Greef is lid van EHVXL, een platform dat zich inzet voor kwalitatieve grootstedelijke ontwikkelingen in Eindhoven.

Er wordt volop gepraat over hoogbouw in Eindhoven. Inmiddels weten we, dat er van dit fenomeen altijd een vaste kern 'tegenstanders' is. Dat zijn naast direct omwonenden vaak ook conservatieven die vanuit een bepaald (historisch) sentiment de ontwikkeling van de stad het liefst volledig bevriezen. Dat is jammer, want juist ontwikkeling en nieuwbouw heeft Eindhoven de identiteit gegeven waar we met zijn allen zo trots op zijn.

En nee, niet alle nieuwbouw - zowel hoogbouw als laagbouw - is een goede ontwikkeling geweest, maar dat zat hem meestal niet in de ontwikkeling an sich, maar in de positionering, de uitwerking en het materiaalgebruik van deze gebouwen.

Een veel gehoord argument bij binnenstedelijke ontwikkeling is dat de échte Eindhovenaar de stad niet meer herkent of dat er niet gebouwd wordt voor de gewone Eindhovenaar. Dan denk ik altijd bij mijzelf; wie is die echte Eindhovenaar? Ik ben geboren, getogen en woonachtig in Eindhoven. Maakt mij dit een echte Eindhovenaar? Wie ben ik om mijzelf dit stempel te geven en een andere bewoner daarmee te degraderen tot geen echte Eindhovenaar, of een minder echte Eindhovenaar? Voor mij is Eindhoven een diverse stad, zowel in bebouwing als in mensen. De stad is van en voor iedereen. Voor jong, oud, rijk of arm, voor de expat, import, student of vluchteling. Het zijn voor mij allemaal échte Eindhovenaren!

Ongefundeerde sentimenten

Het lijkt erop dat het hier gaat om gevoelens van mensen die ergens anders over gaan dan enkel een discussie over hoogbouw in de stad. Het is jammer dat ongefundeerde sentimenten dan vaak aan het licht komen en niet de inhoudelijke discussie de boventoon voert. Neem nu het Stadhuisplein als voorbeeld. Door Winy Maas - architect, stedenbouwkundige en door de gemeente Eindhoven aangetrokken als supervisor - gebombardeerd tot nieuwe hoogbouw-hotspot. Een toren van maar liefst 160 meter hoog zou er moeten verschijnen. Ja, dat is voor sommigen zeker even schrikken. Direct worden er negatieve standpunten over hoogtes ingenomen, zonder ook maar even buiten het eigen sentiment te denken. Een gefundeerde discussie wordt dus niet gevoerd. Namelijk dat het huidige Stadhuisplein een verschrikking is. En dat een hoogbouwensemble rondom dit plein, mits passend uitgevoerd, een enorme positieve impuls kan geven aan de levendigheid van de stad.

Historische bebouwing belangrijk

Hoogbouw nabij historische laagbouw wordt vaker als onwenselijk benoemd. Als liefhebber van de Eindhovense historie weet ik maar al te goed hoe belangrijk de nog schaars aanwezige historische bebouwing is voor de beleving van de stad. Echter, als het om nieuwbouw gaat juich ik contrast juist toe. Een voorbeeld is het nieuwbouwproject Hartje New York in het Philipsdorp. Een glazen toren net achter een historisch rijtje arbeiderswoningen. Was de toren vijftig meter lager geweest en in bijpassende baksteen uitgevoerd, dan was het een flauw compromis geworden. Nu vormt het een modern ensemble waarbij de kwaliteit van de lage arbeiderswijk juist wordt benadrukt. Het accentueren van verschillen tussen de historische laag en de moderne hoogbouwlaag draagt dus juist bij aan beleving en herkenbaarheid, zonder afbreuk te doen aan de geschiedenis van de stad.

Recent werd aangekondigd dat de publicatie van de nieuwe hoogbouwvisie wordt uitgesteld. Er zou kritiek zijn gekomen op de aangewezen XXL- en XL-locaties. Dat zijn locaties waar hoogbouw tot respectievelijk 160 meter en 105 meter hoog gebouwd mag worden. Waar komt die kritiek dan vandaan, vroeg ik me af. We hebben twintig jaar geleden al 'ja' gezegd tegen hoogbouw in de oude binnenstad - zoals de Regent, de Admirant en de Vestedatoren. En we weten allemaal hoe graag we pronken met onze weliswaar bescheiden skyline. De Admirant staat zelfs pal naast het grootste historische laagbouwicoon van de stad; het oude Philipsfabriekje. Volgens mij is er niemand die zich daaraan stoort. Sterker nog, de Emmasingel is misschien wel de meest gefotografeerde plek van Eindhoven. Ook het bouwproject District-E kent overwegend positieve reacties. Dus de koers is al ingezet, de stad heeft al bepaald.

Hoogbouw is en blijft een kenmerkende bouwlaag in Eindhoven. De bekendste gebouwen van de stad (Lichttoren, Witte Dame, Bruine Heer) stonden ooit in schril contrast met de historische laagbouw. Nu worden deze gebouwen gewaardeerd omdat zij zich onderscheiden.

We zijn het aan onze stad verplicht om nieuwe iconen toe te voegen en nieuwe lagen te ontwikkelen. Niet alleen omdat het nodig is, maar ook omdat Eindhoven dit verdient. Zolang de discussie gevoerd wordt op basis van inhoudelijke argumenten heb ik het vertrouwen dat het goed komt.

Volledig scherm
© Michel Theeuwen (archieffoto)