Volledig scherm
Graffiti in de Berenkuil. Eindhoven kent levendige subculturen rond popmuziek en beeldende kunst. © Fotopersburo van de Meulenhof bv

Stad kijkt naar te grote jongens

OpinieDe auteur Bas van Stokkom woont in Eindhoven en is socioloog aan de Radboud Universiteit Nijmegen. Hij vindt dat Eindhoven geen wereldspeler is en zich niet moet spiegelen aan grote steden als Helsinki en München.

Tot 29 januari heeft iedereen de mogelijkheid een zienswijze op de omgevingsvisie voor Eindhoven: kloppend hart van Brainport te geven. Dat is mooi. Maar het is een wonderlijk document. De lezer wordt op erg veel promotietaal getrakteerd. Termen als 'economische wereldspeler' en 'toplocatie' worden overvloedig gebruikt en het wemelt van clichés als 'internationale hotspot' en 'gastvrije en bruisende stad'.

De verkoopstrategie druipt er soms vanaf. Bijvoorbeeld: 'Iedereen moet zich welkom voelen in een stedelijke, groene omgeving die internationale allure uitstraalt'. De doorgroei van de stad wordt als onstuitbaar voorgesteld. Tegelijk wordt gezegd dat de stad internationaal concurrerend dient te blijven. Deze neoliberale formule - angst de slag te missen en achterop te raken - lijkt te fungeren als retorische aansporing voor een verdere vlucht naar voren.

Al met al is de visie overambitieus geformuleerd, toegelicht vanuit het perspectief van citymarketing. Nu is juich- en jubelproza kenmerkend voor veel gemeentelijke notities over de toekomst van de stad, maar je zou denken dat een omgevingsvisie geen verkooppraatjes zou mogen bevatten. Enfin, tekenend is dat burgemeester John Jorritsma tijdens zijn nieuwjaarspeech Eindhoven alvast een metropoolstatus toedichtte.

Relativeren

Het kan geen kwaad dieper op de omgevingsvisie in te gaan en enkele centrale aannames te relativeren. Allereerst dekt de visie veel belangentegenstellingen toe en blijft reflectie op mogelijke spanningen tussen de geformuleerde opgaven en ambities achterwege. Zo worden hoogbouw en een groene stad wel heel gemakkelijk met elkaar vereenzelvigd en blijft de vraag hoe 'loslaten van regels' voor toplocaties en verduurzaming van die locaties zich tot elkaar verhouden, onbeantwoord.

De visie suggereert ten onrechte dat bevordering van een internationale brainportstatus automatisch zal resulteren in een levendige stad. Zo wordt vrolijk gesteld dat hoogbouw de stad een 'hoogstedelijk karakter' zal geven, een centrum 'waar gedurende de hele dag reuring is'.

Dan de term wereldspeler. De vraag is wat Brainport tot een internationale koploper maakt. Natuurlijk, ASML is mondiaal marktleider en als het gaat om aanvraag van patenten scoort onze tech-hub internationaal heel goed. Maar dat neemt niet weg dat Eindhoven - ondanks de recente groeispurt - internationaal bezien een relatief kleine stad is en bepaald geen metropool.

Toch spiegelt de stad zich aan grote tech-jongens als München en Helsinki. Voor de goede orde: München heeft 1,5 miljoen inwoners, Helsinki 600.000 (agglomeratie: 1 miljoen). Ook al blijft Eindhoven de komende decennia verder groeien, die cijfers kunnen binnen pakweg een halve eeuw nooit benaderd worden. Reëler is dat de stad zich zou spiegelen aan groeiende tech-hubs van vergelijkbare omvang, zoals Karlsruhe (300.000) of Aken (240.000).

Vergelijkbare steden 

Ook bezien vanuit het oogpunt van een vitaal stadsleven is het interessant vergelijkbare steden als referentiepunt te nemen. Een goed voorbeeld is het Finse Tampere (235.000 inwoners; agglomeratie: 500.000), net als Eindhoven een voormalige industriestad waar hoogbouw nagenoeg ontbreekt. Tampere is de laatste kwart eeuw overgeschakeld op high tech, onder meer telecommunicatie (Nokia) en gezondheids- en biotechnologie, en herbergt 40.000 studenten, twee keer zoveel als Eindhoven. Er is ruim voorzien in alfa- en gamma-opleidingen, wat een belangrijke reden lijkt te zijn voor de levendigheid van de stad. De aantrekkingskracht van Tampere heeft ook te maken met een relatief kleinsteeds gevoel en een vriendelijke sfeer op straat. De authenticiteit van deze Finse stad maakt duidelijk dat de bouw van prestigieuze torens allerminst noodzakelijk is om een levendig stadshart te genereren.

Wat stedelijkheid betreft zegt het visiedocument dat 'de stad stadser (moet) worden en het land landelijker'. Mooi gezegd. Maar om stedelijkheid te genereren is functiemenging - wonen, werken en ontspannen - niet genoeg. Ook groene ontmoetingsplekken zeggen op zich weinig over een stadse signatuur. Sociologisch gezien duidt 'stedelijkheid' op ongedwongen samen een publieke ruimte delen, relaxte ontmoetingen met vreemden, het intact laten van verschillen en bevrijd zijn van sociale cohesie. Voorwaarden daartoe zijn een zekere rommeligheid, de aanwezigheid van afwijkende groepen zoals skaters, muzikanten en daklozen, en kleinschalige commercie waaronder straatventers. Deze voorwaarden sluiten bepaald niet aan op het wensenpakket van het stadsbestuur: verdere gentrificatie en bouwen aan een 'stad van allure', inclusief iconische torens.

Beeldbepalende eenlingen

Stedelijkheid vereist dat er doorlopend culturele en kunstzinnige activiteiten gaande zijn. Hoewel Eindhoven levendige subculturen heeft rond popmuziek en beeldende kunst is de stad dun bezaaid met film- en theatermakers en literatoren, en blijven Theo Maassen en René Daniels beeldbepalende eenlingen. Het ligt voor de hand meer te investeren in Eindhoven als kunst- en cultuurcentrum en daartoe opleidingscentra in huis te halen of te versterken. Alle kaarten zetten op een verdere uitbouw van technologische kennis en bedrijvigheid versterkt het eenzijdige profiel van een bèta-stad. Dat is riskant, want technici zijn minder snel te porren de reuring van het publieke domein op te zoeken. Voor expats is dat sowieso het geval: zij verkeren liever in eigen kring.

Eindhoven gaat gebukt onder 'affluenza', het geloof dat de Brainport een Brabants utopia zal brengen. Die koortsige euforie is kenmerkend voor elke periode van onstuimige economische groei waarin de bomen tot aan de hemel lijken te groeien. De econoom Keynes sprak over 'animal spirits' die de realiteit van kapitalistische 'booms and busts' naar de achtergrond dringen. Te hopen is dat het stadsbestuur meer realiteitsbesef toont, de ambitie van Metropolis laat varen en de menselijke maat van de stad herontdekt. Eindhoven is geen wereldspeler en hoeft dat ook niet te worden om een aantrekkelijke toekomst tegemoet te gaan.

  1. Eindtijd
    PREMIUM

    Eindtijd

    Onder het spoorviaduct lag een vreemd hoopje stof, waar ook nog iemand onder bleek te liggen. Vlak voorbij het viaduct stond weer een viertal Jehova’s getuigen achter een rek met folders. Een poosje waren ze weg geweest, ongeveer in de periode dat de club beschuldigd werd van het naar buiten toe verdoezelen van kindermisbruik. Gods leger telde in het aardse heel wat verknipte kostgangers en viespeuken, al hadden ze vermoedelijk toch de bui zien hangen. Maar nu stonden ze weer vlakbij het station of er nooit wat gebeurd was.