Volledig scherm
Leerlingen van een middelbare school werken geconcentreerd aan een toets. © ANP

Toetscongres: Gezakt op 0,1 punt, een toetsuitslag zegt niet alles

OpinieDe auteur Bertus van Etten woont in Deurne en is gepensioneerd docent wiskunde aan Fontys lerarenopleiding in Tilburg. Op 10 oktober is in Amsterdam het 4e Nationale Toetscongres VO. Met de uitslagen van toetsen kan veel misgaan.

In ons onderwijs worden door leerlingen en leraren (ieder met zijn eigen rol) toetsen gemaakt. De uitslag van een toets is vaak een getal. Met die getallen wordt gerekend. Uitslagen van die berekeningen worden weleens onaantastbare waarheden. Leerlingen kunnen de dupe worden van onterechte rekenkundige manipulaties.

Men zegt 'meten is weten', maar je moet wel goed opletten wat je meet. In het onderwijs worden heel vaak appels met peren vergeleken. Dat komt vooral voor bij toetsen waar de uitslagen getallen zijn. Getallen lijken nog meer op elkaar dan appels op peren.

Er is een hiërarchie in meetomgevingen. In die hiërarchie zitten vier niveaus. Elk volgend niveau is een uitbreiding van het vorige niveau.

Hardlopen

Ik zal dat uitleggen met als voorbeeld een 10 kilometer-wedstrijd hardlopen. Alle deelnemers krijgen een nummer opgespeld. Dat zijn getallen, maar niemand zal die getallen optellen. De uitkomst van die optelling heeft geen relatie met het hardlopen. Rugnummers moeten verschillend zijn, dat is alles. Dit is een voorbeeld van meetniveau één.

Wedstrijdlopers worden ingedeeld in leeftijdsgroepen, bijvoorbeeld de 20-jarigen, de 30-jarigen. Word je ingedeeld in de groep 80-jarigen dan ben je ouder dan een deelnemer van de groep van 40- jarigen, maar je kunt niet zeggen dat je veertig jaar ouder bent. De indeling in leeftijdsgroepen geeft alleen een ordening. Berekeningen met deze getallen hebben geen betekenis. Dit is een voorbeeld van meetniveau twee.

De organisatie van de race maakt een uitslag bekend: wie is de eerste, wie is de honderdste. De lijst heeft een volgorde, maar er is meer. Tussen de 30ste en de 60ste plaats zitten 29 andere lopers. Aftrekken van deze getallen heeft betekenis, maar je kunt niet zeggen dat de loper die als dertigste geplaatst is twee keer zo snel gelopen heeft als de loper op plaats zestig. Dit is een voorbeeld van meetniveau drie.

Lopers vinden de persoonlijke tijd belangrijker dan de plaatsing. Die tijden vormen een rijke rekenomgeving. Je kunt zeggen 'ik liep vijf minuten sneller dan vorig jaar' of 'de winnaar liep twee keer zo snel als ik'. Bij een bedrijvenloop worden tijden opgeteld. Je zou van een groep de gemiddelde tijd kunnen berekenen. Deze berekeningen hebben betekenis. Dit is een voorbeeld van meetniveau vier.

Schooltoetsen

Bij toetsen op school is het verwerken van uitslagen heel wat moeilijker dan bij een hardloopwedstrijd. Om te beginnen zijn er twee soorten toetsen: diagnostische toetsen en selectieve toetsen. Bij een diagnostische toets wil de leraar vaststellen of een bepaald begrip of een werkwijze bij de leerling bekend is. Daarna mogen de toetsuitslagen vergeten worden. Zoals een dokter vaststelt: Gisteren had je 40 graden koorts, nu is het 37. Dat is oké. Hij zegt niet: ik noteer voor vandaag 38,5 graden koorts.

Daarnaast zijn er selectieve toetsen. Op basis van selectieve toetsen moet de leraar antwoord vinden op de vraag: heeft de leerling de stof voldoende begrepen? Uitslagen van diagnostische toetsen spelen bij deze vraag geen rol.

Neem als voorbeeld een leraar Nederlands. Hij heeft voor een leerling (laten we hem Jan noemen) een 7 voor een spellingstoets (drie fouten één punt), een 9 voor een vierkeuzetoets begrijpend lezen en een 4 voor een opstel.

Regeltjes toepassen

Spelling is regeltjes toepassen, dat kan Jan met zijn exacte instelling beter dan hij in de toets heeft laten zien. De tekstverwerking doet Jan uitstekend, maar voor de opstelopdracht was hij niet creatief genoeg. In verband met de overgang van 3 naar 4 havo moet de leraar een besluit nemen over Jans kennis van het vak Nederlands. De leraar negeert uiteraard de diagnostische spellingstoets. De vierkeuzetoets is een meting van niveau vier. Het opstel is een meting van niveau twee, dus rekenen met de uitslagen is niet mogelijk. De leraar vindt begrijpend lezen belangrijker dan creatief taalgebruik. Hem kennende vindt de leraar dat Jan het vak Nederlands zonder problemen in 4 havo kan volgen. Hij besluit zijn eindoordeel te honoreren met een 8.

Gemotiveerd oordeel

Later gaat de lerarenvergadering beslissingen nemen over overgaan of zitten blijven. Dan worden oordelen van verschillende vakken per leerling naast elkaar gelegd. De verschillende oordelen zijn van meetniveau twee. Gemiddelden, een tiende erbij of eraf, een 7 compenseert een 5, het zijn allemaal berekeningen zonder betekenis.

De lerarenvergadering moet een gemotiveerd oordeel vellen. Toetsuitslagen leveren een bijdrage aan dat oordeel, maar er is meer dan het puntenboekje.