Volledig scherm
PREMIUM
Foto ter illustratie

Vleermuizen in een winter van niks

ColumnHet is 22 januari 2020. Een schrale noorderwind blaast rond het Heezer Kasteel. Het zal ongeveer min 15 zijn. De gracht ligt dichtgevroren en ik trek mijn muts diep over mijn tintelende oren. Bomen kraken onder het gewicht van de sneeuw en... Ach verdorie, sorry, ik gooi wat winters door elkaar, dit moet de winter van 1963 zijn geweest. Opnieuw.

Het is 22 januari 2020. Het heeft de afgelopen nacht een graadje gevroren want er ligt rijp op het veld. Ik trek de dikke deur van het kasteel achter me dicht, in mijn zakken een sleutel van de fraai gerestaureerde ijskelder. De naam van de ijskelder is het enige dat echt aan kou doet denken. In vroeger tijd werd de kelder volgestapeld met ijs uit de gracht. Handig om wild en wijn te koelen. Nu ga ik kijken of er vleermuizen in zitten. Ze zijn hier in winterslaap en hoe korter mijn bezoek hoe beter. 

  1. Eindtijd
    PREMIUM

    Eindtijd

    Onder het spoorviaduct lag een vreemd hoopje stof, waar ook nog iemand onder bleek te liggen. Vlak voorbij het viaduct stond weer een viertal Jehova’s getuigen achter een rek met folders. Een poosje waren ze weg geweest, ongeveer in de periode dat de club beschuldigd werd van het naar buiten toe verdoezelen van kindermisbruik. Gods leger telde in het aardse heel wat verknipte kostgangers en viespeuken, al hadden ze vermoedelijk toch de bui zien hangen. Maar nu stonden ze weer vlakbij het station of er nooit wat gebeurd was.