Volledig scherm
Berry van der Horst in de tijd dat hij en de Osse voetbalclub DESO nog innig verbonden waren met elkaar. © FR076 Van Assendelft Fotografie

Van der Horst wil zijn geld terug van DESO en gaat in beroep tegen vonnis

OSS - Berry van der Horst legt zich niet neer bij de uitspraak van de rechtbank Oost-Brabant, die hem met lege handen laat staan in zijn geschil met de Osse voetbalclub DESO. Van der Horst heeft direct hoger beroep aangetekend tegen het vonnis. Hij eist ruim 240.000 euro van de club. 

Van der Horst was jarenlang penningmeester en geldschieter van RKVV DESO. Sinds zijn aantreden stoomde het eerste elftal op van de laagste naar de hoogste amateurklasse. Eind 2017 kwam er een abrupt einde aan de relatie na een vechtpartij in de kantine van DESO. Van der Horst en de rest van het bestuur traden af en het eerste elftal werd ontbonden. Het vijfde elftal zette de club echter voort. 

‘Lening, geen sponsoring’

Van der Horst legde daarop een claim van 225.000 euro bij DESO neer. Het geld dat hij in de club had gestoken was een lening geweest en geen sponsoring, zo stelt hij. Ook een bedrag van ruim 17.000 euro dat een BV van hem aan kosten voor de club had voorgeschoten moest worden terugbetaald. De rechtbank stelde hem vorige week in het ongelijk. De rechter oordeelde dat het weliswaar om een lening ging, maar dat deze pas hoeft te worden terugbetaald als de kantine van de club zo goed zou gaan draaien dat er geld overblijft. 

Statuten

DESO beraadt zich ondanks de gunstige uitkomst eveneens op hoger beroep, zo geeft penningmeester Tamara Brondsema aan . ,,Wij zijn het er nog steeds niet mee eens dat het een lening was.” Advocaat Egbert van Ewijk snapt dat. ,,In de statuten van de club staat dat leningen altijd door de algemene ledenvergadering moeten worden goedgekeurd. Dit is nooit voorgelegd aan de leden, noch aan het bestuur. Van der Horst heeft als penningmeester met zichzelf als geldschieter afgesproken dat het een lening zou zijn. Daarmee is hij als penningmeester zijn boekje te buiten gegaan. Maar of je om dit principe moet doorprocederen is de vraag.”