Volledig scherm
Onderwaterhockeyers van Njord strijden op de bodem van zwembad Den Ekkerman in Veldhoven om de puck. foto Bert Jansen

Ademnood in een wirwar van flippers

VELDHOVEN - Voor wie? Waterratten met een flinke dosis uithoudingsvermogen. Olympische Spelen? Dat is zeer onwaarschijnlijk. De sport is erg klein. Bovendien is onderwaterhockey 'publieksonvriendelijk'; vanaf de kant is immers niets te zien. Tenzij er zwembaden worden gemaakt met een glazen bodemplaat, heeft de sport geen enkele olympische potentie.


Doe- en/of kijksport? Doen, doen, doen.

Moe? Bekaf. Ze zeggen weleens gekscherend dat onderwaterhockey adembenemend is. Dat is eigenlijk wel een goede typering.

Belangstelling? Njord in Veldhoven biedt onderwaterhockey aan op wedstrijdniveau. Het vaandelteam komt uit in de hoofdklasse. Er is ook een team op lager niveau actief. De club heeft ook een jeugdafdeling. Zie voor meer info: www.vzvnjord.nl Flippers aan m'n voeten, een snorkel en waterpolokapje op mijn hoofd. Het is tot daar aan toe. Maar die andere twee opmerkelijke onderwaterhockey-attributen: een uit ordinaire siliconenkit geïmproviseerde handschoen en een Flintstones-achtig botvormig stickje, maken me werkelijk onzeker. Om over het charme-gehalte nog maar te zwijgen...

Met een flinke teug lucht daal ik twee meter af naar de bodem van binnenbad Den Ekkerman in Veldhoven om – uit het zicht van alle (ingebeelde) priemende blikken – te kijken hoe het 'balgevoel' is. Met mijn stickje schraap ik over de vloer om de puck vervolgens een zwieper mee te geven. Ai. Dertig centimeter verderop komt de anderhalve kilo lood alweer tot stilstand. Na eenderde breedtebaantje 'overtikken' met international en Njord-speler Erik Hafkemeijer hap ik aan de oppervlakte uitgeput naar adem. Zou het aan mijn flippers liggen, die, net als mijn kuiten, twee keer zo klein zijn als die van mijn sparringspartner?

Even later legt een partijtje met de jeugd mijn onervarenheid in het driedimensionale spel genadeloos bloot. Spartel ik op de bodem, is de schijf meters ver weg, omgeven door een wirwar van flippers en snorkels. Komt-ie mijn kant op geschoven, is m'n zuurstof op.

En zo zit de in 1954 in de wintermaanden door verveelde Engelse duikers bedachte sport vol praktische uitdagingen.

Keepers ontbreken. "Want niemand kan altijd onder water zijn", filosofeert mijn andere chaperon Maurits Pijl ad rem. En reguliere scheidsrechtersfluitjes zijn volledig onbruikbaar. Maar ook daar is een oplossing voor gevonden : twee of drie hulparbiters in het water seinen de hoofdscheids op de kant in en die slaat met een ijzeren staaf alarm op de zogenaamde slagpaal. Ingenieus.

Vijfenvijftig jaar na de Engelse primeur moet ik concluderen dat onderwaterhockey nog steeds innemend amateuristisch is. Sticks (die volgens de officiële richtlijnen in een doosje van 10x35x5 centimeter moeten passen) en waterdichte handschoenen hangen niet rijendik in de rekken bij Perry Sport. Njord-spelers maken de attributen veelal zelf.

Echt huiselijk knutselwerk allemaal.

Eenmaal op het droge richt Hafkemeijer een bemoedigend woord tot me. "Je zoekt wel goed de ruimte op. Alleen ben je telkens te ver weg." Mijn gelegenheidstrainers herkennen het gevoel van machteloosheid overigens wel. Njords eerste schreden in de landelijke onderwatercompetitie waren ook geen doorslaand succes, herinnert Pijl zich nog. "Die allereerste wedstrijd hadden we geen schijn van kans. We werden onder water volledig afgedroogd."

Oh, en wat dat charme-gehalte betreft: het is eigenlijk ook wel prima dat onderwaterhockey aan het zicht onttrokken is. Gezien de outfit dan, hè.

- Voor beelden over dit onderwerp kijk op edtv.nl

ED gebruikt je persoonsgegevens om deze reactie te kunnen plaatsen. Meer informatie vind je in ons privacy statement