Volledig scherm

Groeibriljant: Faillissement dreigde voor ASML

EINDHOVEN - ASML is wereldmarktleider en een van de belangrijkste trekkers van de regionale economie. Wie nu naar de Veldhovense onderneming kijkt, kan zich nauwelijks voorstellen hoe moeizaam de start was. Chris Paulussen maakte het mee als economieredacteur en blikt terug.

Het voelde nog het meest als uitgesteld ontslag, toen 45 Philips-werknemers in 1984 te horen kregen dat zij in april de overstap zouden maken naar ASML. Het werd als een meevaller beschouwd dat op 1 april 1985 het eenjarig bestaan kon worden gevierd met Bossche bollen. Hoe het avontuur zou aflopen, was toen nog volstrekt onzeker.

Het idee voor de 'wafer stepper' – een hightech lithografiesysteem waarmee de minuscule lijntjes op een chip worden aangebracht – kwam uit het NatLab van Philips. Philips wilde de machine voor zijn chipsfabrieken, maar productie ervan voor uitsluitend eigen gebruik was te duur. De markt zat echter niet te wachten op een nieuwe aanbieder. Er waren al een stuk of tien gevestigde spelers en dat waren er letterlijk meer dan genoeg. Toch waagde Philips de stap in een gezamenlijke onderneming met ASMI, dat zijn positie in de branche wilde versterken.

Een crisis in de chipindustrie leek in 1986 het laatste dat ASML kon gebruiken. Maar ironisch genoeg speelde de crisis het prille bedrijf juist in de kaart. Enkele grote concurrenten legden het loodje en de overlevers waren te zeer aangeslagen om te kunnen investeren in een nieuwe generatie systemen. Geholpen door Europese subsidie greep ASML zijn kans.

Niet dat het van een leien dakje ging. Geld was een voortdurende bron van zorg voor het bedrijf, dat inmiddels was verhuisd van Eindhoven naar Veldhoven. Partner ASMI haakte in 1988 af, omdat het de investeringsbehoefte van ASML niet kon bijbenen. Philips had zo zijn eigen problemen, maar kocht de partner toch uit.

ASML vond begin jaren negentig dat zijn lithografiesysteem de producten van concurrenten overtrof. Het was alleen nog zaak om de klanten en Philips daarvan te overtuigen. Een nieuwe dip op de chipmarkt dreigde nu wel roet in het eten te gooien. De geldnood was zo hoog dat halverwege 1992 zelfs een faillissement dreigde. Met veel moeite kon Philips worden overgehaald om voor negen maanden een lening van 36 miljoen gulden te verstrekken.

De situatie bleef precair. In 1993 moest een onorthodox middel worden ingezet om te voorkomen dat sleutelfiguren gingen lopen. Om veertig topfunctionarissen – managers en technici – aan het bedrijf te binden, werd hen vijf procent van de aandelen in het vooruitzicht gesteld op voorwaarde dat zij op 1 januari 1998 nog in dienst zouden zijn. Die bonusregeling pakte extreem goed uit.

Na de beursgang in 1995 maakte ASML zich volledig los van Philips. Het bedrijf ontwikkelde zich tot absolute marktleider. Het had ook anders kunnen lopen.