Volledig scherm
Foto: ANP

Ongeveer 20.000 afstandsmoeders in Nederland

EINDHOVEN - Nederland telt ongeveer 20.000 moeders die hun baby hebben afgestaan. Klassieke gevallen, waarbij de ouders voor de meisjes beslisten, maar ook moderne varianten: moeders die de zorg zelf niet aandurven. Over hun geheim, schaamte en kwetsbaarheid is een boek geschreven.

Ze hoort dat er een sms'je binnenkomt en pakt vlug haar telefoon. "Misschien van mijn zoon", zegt Esther (56), terwijl ze de boodschap op haar mobieltje opent. Teleurstelling glijdt over haar gezicht. "Helaas."

Kan een moeder van 56 jaar haar zoon van 41 jaar nog stevig tegen zich aandrukken, dáár - ze legt haar hand op haar hartstreek - waar een moeder haar baby legt? Dit is eigenlijk wat Esther het liefste zou doen, bekent ze. De behoefte is, diep in haar, altijd slapende gebleven, en sinds de ontmoeting met haar zoon ontwaakt. Maar het contact met hem is nog altijd broos. Hij tast voorzichtig de relatie af. Met de handrem erop.

Esther was veertien jaar toen ze in 1970 haar zoon afstond. Je zou haar een klassieke afstandsmoeder kunnen noemen. Ze woonde op het platteland in Oost-Nederland, in een armoedig gezin van zes kinderen, met een autoritaire vader die geen baas boven zich duldde.

Stille Esther kreeg een vriendje en dus persoonlijke aandacht. "Ik voelde me opeens belangrijk en bijzonder", zegt ze. De seksuele voorlichting vóórdat de zesde klas op kamp ging, was zo verhullend geweest, zegt ze, dat ze het risico van intimiteit niet ten volle besefte.

Pas veertien, midden in de puberteit, en zwanger. De verwekker, een jongen uit het dorp, kwam er bij haar thuis niet meer in. De vader van Esther besliste dat de baby direct na de geboorte naar een kinderloze nicht zou gaan. Dat leek de maatschappelijk werker van 'een of andere katholieke instelling' dan ook maar het beste.

In het ziekenhuis beviel ze in 1970 moederziel alleen. Ze is periodes van haar zwangerschap en bevalling 'kwijt'. Dat moeder een tientje gaf voor een wijde jurk, dat herinnert ze zich wel.

Boek over afstandsmoeders

Astrid Werdmuller sprak veel afstandsmoeders op haar werk, bij de Fiom, hulpinstelling voor ongewenst moederschap. Ze werd zo geraakt door hun pijn en geheim, dat ze een boek schreef.

'Je geeft je eigen kind toch niet zomaar weg'. Met deze standaardreactie slaan mensen in zekere zin de spijker op de kop, zegt Astrid Werdmuller. "Het klopt", zegt ze, "het gebeurt ook niet 'zomaar'."

Vrouwen die hun kind afstaan, gaan er vrijwel nooit lichtzinnig mee om, is haar ervaring. Ze vragen alles uit om er zeker van te zijn dat hun kind goed terechtkomt. "Ze denken allemaal dat hun besluit het beste is voor hun kind."

Werdmuller heeft namens Fiom het boek ' Eigen bloed' geschreven, over acht afstandsmoeders en één afstandsvader. Ze deed eerder met de Nijmeegse Radboud Universiteit onderzoek naar afstandsmoeders en analyseerde honderden dossiers.

Eigen bloed, over moeders die hun kind afstaan ter adoptie. Uitgeverij Entos. 14,95 euro. Te bestellen via www.entos.nl

Minder afstand:

In Nederland hebben sinds de adoptiewet van 1956 tussen de 15.000 en 20.000 vrouwen afstand van hun kind gedaan.

In de jaren zestig en zeventig deden in Nederland elk jaar circa duizend moeders afstand van hun kind, nu zijn dat er twintig.

De daling heeft te maken met betere anticonceptie en de mogelijkheid van abortus. Ook is het niet langer een schande alléén een kind groot te brengen.

Meer dan de helft van de afstandsmoeders is jonger dan 21 jaar.