Volledig scherm
Ter illustratie © Thinkstock

Rapport commissie: ‘Aanpak stank veehouderijen moet anders’

EINDHOVEN - Het huidig systeem om stank van veehouderijen te beperken, is teveel een ‘papieren werkelijkheid’. De aanpak moet anders om omwonenden beter te beschermen, stelt een rapport van de commissie ‘Geurhinder Veehouderij’.

Stel maxima aan de geuruitstoot, waar een veehouder zich permanent aan moet houden. Niet alleen op papier, óók in de praktijk. Tevens moet er meer aandacht komen voor de optelsom van geur: meerdere boerenbedrijven die samen voor overmatige hinder bij omwonenden zorgen.

Dat stelt een speciale commissie, die in opdracht van staatssecretaris Stientje van Veldhoven (infrastructuur en waterstaat) heeft gezocht naar manieren om de overlast van omwonenden van veehouderijen te verminderen. De conclusie: het moet anders, want op dit moment worden omwonenden onvoldoende beschermd.

Het huidige systeem is teveel een ‘papieren werkelijkheid’, aldus de commissie onder leiding van voormalig kamerlid Pieter Jan Biesheuvel. Zo krijgen veehouderijen een vergunning op basis van de berekende, gemiddelde geuremissie. Daarbij wordt niet in de praktijk gemeten wat de echte uitstoot is. Ook later wordt dat niet permanent gemonitord.

De commissie pleit voor een andere methode, waarbij veehouders zich blijvend moeten houden aan een bepaalde limiet aan de geuremissie. Probleem is dat het meten van geur en het handhaven van dat soort grenzen in de praktijk nog niet uitvoerbaar zijn, zo schrijft Van Veldhoven in een eerste reactie. De kennis over welke chemische componenten van geur tot de meeste overlast leiden, staat volgens haar nog in de kinderschoenen. Meer onderzoek is nodig.

Spoordonk

De commissie - ingesteld toen bekend werd dat combiluchtwassers niet het beloofde rendement halen - bezocht afgelopen jaar tal van overbelaste buurten, waaronder de Nieuwedijk in Spoordonk. Biesheuvel constateert in het rapport dat de stankdiscussies leiden tot polarisatie en spanningen op het platteland. Met uitsluiting, intimidatie en wantrouwen in elkaar en in bestuur en politiek.

Ook wordt veel aandacht besteed aan de optelsom van geurbronnen. Gemeenten moeten specifieke oplossingen kunnen zoeken als stankoverlast wordt veroorzaakt door meerdere veehouderijen in één gebied. Ook kunnen er binnen één boerenbedrijf meerdere geurbronnen zijn, behalve stallen bijvoorbeeld ook mestopslag. Regelgeving op dit gebied schiet tekort, stelt de commissie.

Van Veldhoven gaat bekijken hoe rekening kan worden gehouden met die ‘cumulatie’: opeenstapeling van geur. Ook het ‘eventueel ingrijpen in bestaande situaties’ komt daarbij aan bod. De staatssecretaris verwacht overigens dat de aanstaande warme sanering van de varkenshouderij en de stoppersregeling al voor verlichting bij omwonenden gaan zorgen.

Teleurgesteld

Milieu-organisaties hebben teleurgesteld gereageerd op het rapport van de commissie Geurhinder Veehouderij. Zij pleiten voor snellere actie en noemen daarbij nadrukkelijk de ‘50-50-regel’. Indien een veehouder extra maatregelen neemt om de geurbelasting te beperken, mag hij de helft van het effect van die extra maatregelen inzetten om meer vee te houden en dus uit te breiden. De andere helft is de winst voor omwonenden: minder geurbelasting. 

Milieuclubs willen dat die regeling met spoed wordt afgeschaft om te voorkomen dat boerenbedrijven in overbelaste gebieden toch nog uitbreiden.