Cafe 't Drieske zonder carnavalssfeer in Hulsel
Volledig scherm
Cafe 't Drieske zonder carnavalssfeer in Hulsel © FotoMeulenhof

Hulsel is een Brabants dorp zonder carnavalsnaam

HULSEL - Geen prins, geen optocht, geen vereniging. Terwijl het zuiden van Nederland weer op zijn kop staat met carnaval, gaat het volksfeest aan Hulsel bijna onopgemerkt voorbij.

'Wegens carnaval gesloten.' Een bord met die mededeling hing in de jaren zeventig aan de deur bij Café Maas, destijds de enige kroeg in Hulsel.

Wat carnaval betreft is er sindsdien weinig veranderd in het kleine dorp in gemeente Reusel-De Mierden. Hulsel heeft geen carnavalsprins, geen volwassenenoptocht, geen carnavalsvereniging. Jeugd wijkt uit naar buurdorpen om wagens te bouwen en op stap te gaan. Hulsel heeft als een van de weinige Brabantse dorpen zelfs geen carnavalsnaam. En 't Drieske - nu de enige horecagelegenheid in het dorp - is komende maandag ook gewoon dicht. 

Kinderoptocht

Alle decennialang gaat de carnaval bijna onopgemerkt aan het dorp voorbij. Alleen op dinsdag is er een kinderoptocht. Daar doen dan wel tussen de veertig en zestig kinderen aan mee, zo'n beetje de hele basisschool. En na afloop weten de ouders tijdens de kindermiddag bij 't Drieske de bar wel te vinden. Maar op de andere dagen is er geen polonaise te bekennen in Hulsel. Niemand in het dorp lijkt het als een gemis te ervaren, zegt Jonnie Michelbrink, die veertien jaar in het bestuur van het dorpscomité zat. „Er was totaal geen animo voor. We kregen nog geen jeugdprins en -prinses bij elkaar."

Hulsel heeft ook geen carnavalsnaam. Steden als Breda, Bergen op Zoom en Den Bosch zijn er ooit mee begonnen zich met carnaval anders te noemen. Na de Tweede Wereldoorlog namen andere Brabantse plaatsen die gewoonte over. Zo wilden de dorpen hun jeugd in de eigen gemeenschap houden, toen carnaval in de steden heel populair werd. Brabantse dorpen zonder eigen carnavalsnaam zijn schaars. Boskant is er zo een. En Nijnsel heet net als buurdorp Sint-Oedenrode Papgat.

Te klein

Het ligt voor de hand de omvang van Hulsel de schuld te geven. Misschien is het dorp met ruim zevenhonderd inwoners gewoon te klein. Maar dat kan niet de hele verklaring zijn, want Weebosch in Bergeijk heeft ongeveer evenveel inwoners en wél een carnavalsnaam, 't Urnegat. En Hooge en Lage Mierde - de andere twee kleine kernen in Reusel-De Mierden - heten al jaren Haoiboerkesrijk (sinds 1968) en Peperbussenrijk (1975).

De schaalgrootte van het dorp is volgens historicus én geboren en getogen Hulselnaar Cor van der Heijden (60) wel de belangrijkste reden. Maar daarbij speelde ook dat Hulsel in de jaren zestig een paar krachtige verenigingen had, zoals de voetbalclub en het gilde. „Die verenigingen moesten bemenst en bestuurlijk geleid worden door een kleine groep. Iedereen viste in dezelfde vijver. Mogelijke kartrekkers voor de carnaval waren al bij andere verenigingen onder de pannen." 

Leesclubje

Volgens Hulselnaar Sjef van Herk zijn er nooit de goede mensen geweest die er de schouders onder wilden zetten. Er kwam in de jaren zestig weinig vers bloed van buiten dat de carnavalstraditie mee had kunnen brengen, stelt Van der Heijden. „In andere dorpen speelden nieuwkomers misschien een bepalende rol, maar die waren hier van het serieuze type. Ze zouden eerder een leesclubje hebben opgezet dan een carnavalsvereniging."

En tenslotte ontbrak in Hulsel de 'infrastructuur' die je voor carnaval nodig hebt. De horeca dus. Van der Heijden: „Toen ik jong was, waren er twee cafés. Voor geen van de uitbaters was het café het hoofdinkomen, dus er was geen stimulans om iets op te zetten." En ook de kerk probeerde de rem erop te houden, meent Van der Heijden. „Vanaf de preekstoel werd gefulmineerd tegen lossere zeden. Als sinds de jaren dertig liep pastoor Van Wagenberg in Hulsel voorop in de kruistocht om het dansen in diskrediet te brengen. Je moest sterk in je schoenen staan om daar tegenin te gaan."

Elf

En ja, voor een Raad van Elf heb je structureel nou eenmaal elf mensen nodig. Van der Heijden: „In Hulsel leefde het gevoel: als je het doet, moet je het goed doen. Als het amateurisme ten top is, kun je je de moeite beter besparen." Nou, dat doet Hulsel dus. 

ED gebruikt je persoonsgegevens om deze reactie te kunnen plaatsen. Meer informatie vind je in ons privacy statement