Volledig scherm
Peloton vlak na de start van de alternatieve Elfstedentocht op de Oostenrijkse Weissensee in 2019 © ANP

Een stukje Nederland in Oostenrijk: de Weissensee

BlogIn Oostenrijk laven de marathonschaatsers zich deze dagen aan het natuurijs op de Weissensee. Verslaggever Ralph Blijlevens is voor deze site ter plekke voor alle actualiteiten. Deze dagen tijdens de alternatieve Elfstedentocht schrijft hij dagelijks een blog. Vandaag over de magische aantrekkingskracht van het Oostenrijkse ijs op de Nederlandse tempobeulen op de schaats.

De weg kronkelt omhoog, hier en daar scherpe haarspeldbochten en enkele steile stukken. Eenmaal boven aangekomen gaat het linksaf bij Kreuzberg. Het hart maakt al een sprongetje, want nog even doorrijden en daar is-ie al zichtbaar: de Weissensee. Te wachten op ons, de Hollanders.

Op iets meer dan 1000 kilometer rijden van de grens eigent Nederland zich een stukje Oostenrijk toe. Aan de randen van de Weissensee is het een jaarlijks thuiskomen voor een grote colonne van natuurijsliefhebbers. Van schaatsers die ieder jaar op het echte ijs móeten staan. Allemaal leuk en aardig, zo’n ondergespoten skeelerbaantje of een dun laagje op een ondergelopen weiland, maar voor de Nederlander gaat er niets boven natuurijs. Nou ja, bijna niets dan.

‘Contact maken’

Daarvoor stappen wij maar al te graag in de auto of trein, om een halve dag later in het Walhalla van het Nederlandse natuurijsschaatsen te zijn. Een van de eerste dingen die dan gedaan moet worden, is even ‘contact maken’ met het ijs. Er een eindje op schuifelen en met de voeten stampen. Alsof we voor de zekerheid willen checken of de ijslaag wel dik genoeg is.

Zie ze hangen, de vlaggen en schaatspakken aan de balkons van hotels, pensions en gastverblijven. Overal waar je hier in Techendorf kijkt, merk je de Nederlandse aanwezigheid op. Iedere auto lijkt wel een gele kentekenplaat te hebben. De taal op straat is Hollands, met duidelijk hoorbaar diverse dialecten. Vanuit het hoge noorden tot het diepe zuiden.

Volledig scherm
© REUTERS

Ritme van de dag

Volledig scherm
Het ijs op de Weissensee © Ralph Blijlevens

Waar een klein land groot in kan zijn. Twee weken per jaar, in de eerste maand, is Techendorf eigenlijk geen Oostenrijk. Dan nemen Nederlandse schaatsliefhebbers – met aanhang – de nederzetting over en bepalen zij het ritme van de dag. Dat bestaat uit twee activiteiten: zelf glijden over de zwarte ijsvloer of degene die glijden aanmoedigen.

‘We’ kunnen hier in Karinthië ons geluk niet op: Besneeuwde bergtoppen rondom de bevroren waterplas, een strakblauwe lucht en een stralende zon. Het dragen van verschillende laagjes kleding, muts en handschoenen is overdag niet eens nodig. De wedstrijdrijders hebben hun eerste van in totaal vier marathons al afgelegd, het grote peloton toerrijders heeft bezit genomen van het kleine meer, waar de 35 centimeter dikke ijsvloer de meer dan 1300 schaatsers prima kan dragen.

Vissen

Aan de andere kant van de brug ligt ‘het grote meer’, waar Eismeister Norbert Janck eveneens een parcours heeft aangelegd. De route voert de schaatser helemaal naar achter, naar de haast magische Dolomietenblick. Een plek lang niet iedere winter bereikbaar op de ijzers, maar een absolute ‘must’ voor schaatsers. Niet meer dan een week geleden was het nog een maagdelijke ijsvloer, waar je onder het zwarte ijs de vissen zag zwemmen tussen en langs de vele boomstammen die op de bodem van het meer liggen. Recente sneeuwval maakt die belevenis helaas niet meer mogelijk, maar het lange rechte stuk naar het verste puntje maakt het meer dan goed.

De stilte is indrukwekkend, net als uitzicht. Ver, ver weg van deze plek op het meer vervolgen de toerrijders hun missie. Voor de één een jaarlijks ritueel, voor de ander een ‘bucketlist-dingetje’: 200 kilometers op schaatsen. Bij gebrek aan natuurijs niet in eigen land, al voelt de Weissensee deze dagen als een vertrouwd stukje Nederland.