Volledig scherm
© ANP

Weer geen gouden ‘tien’ voor Kramer, wát een indrukwekkend verlies

Favoriete sportmoment van...De verslaggevers van AD Sportwereld belichten om de dag hun eigen favoriete sportmoment aller tijden, bekeken door een persoonlijke bril. In deel 7: Tim Reedijk over de 10 kilometer van Sven Kramer in Pyeongchang.

Quote

Keer op keer zie ik ‘m voorbij komen, in de zwaarste, pijnlijk­ste, meest ontluiste­ren­de minuten op het ijs in jaren. Dit is meer dan verliezen.

Door Tim Reedijk

Natuurlijk, ik had hier kunnen beginnen over de WK’s van 2010 en 2014, de toernooien die ik als echte voetbaljongen in mijn late tienerjaren en vroege twintigersjaren op z’n best beleefde. Van de kopbal van Wesley Sneijder tot de penaltyserie van Tim Krul tot de duik van Robin van Persie tot de ‘no era penal’-strafschop van Klaas-Jan Huntelaar. Dronken van geluk en bier op zwoele zomerdagen. Maar een mooi sportmoment is multi-interpretabel. Sport is in de kern emotie en beleving. Oók als het de andere kant op slaat.

Dat was zo vier jaar na het WK in Brazilië, toen ik zelf als beginnend verslaggever voor deze site voor het eerst op een groot toernooi stond. Op de Olympische Spelen van Pyeongchang, het grootste van het grootste, een onovertroffen sportpodium.  Het is 15 februari 2018 in een schaatshal in Zuid-Korea en Sven Kramer staat op het punt om af te rekenen met iets dat hem tot vervelens toe achtervolgt: het ontbreken van een gouden plak op de olympische tien kilometer. Op die afstand lijkt een vloek te rusten. Jorrit Bergsma was hem al eens – tamelijk onverwachts – te slim af. Om verder maar te zwijgen over die verdomde tien kilometer in Vancouver, met die cruciale ‘naar binnen, Sven!’ uit de mond van coach Gerard Kemkers. Goed, wat doe je er nog aan? De man met een medaillevoorraad die nauwelijks in de Gangneung Oval past, gaat hier het laatste kiertje in zijn palmares dichten. Toch?

Sporthistorie

Geloof me, het kleine kwartier dat een tien kilometer bij de mannen ongeveer duurt (en dat een keer of zes), besteed ik bij een gemiddelde wereldbeker in Nur-Sultan heus liever ergens anders aan. Maar dit is anders. Hier is sporthistorie in de maak, of Kramer nu wint of juist niet. En dus heb ik opeens héél veel zin in die tien van Kramer. Maar iets klopt er niet. Kramers zenuwachtige loopje. Zijn gebaartjes naar alles en iedereen in de wijde omtrek. Niet des Sven Kramers, concluderen de schaatscollega’s op de tribune dan al.

Fraai sportmanschap: Sven Kramer feliciteert Ted-Jan Bloemen.
Volledig scherm
Fraai sportmanschap: Sven Kramer feliciteert Ted-Jan Bloemen. © ANP

Hup, en daar gaat-ie weer. Even plassen en dan weer zitten, weer een blik op de de rondetijden met die knappe rit van Ted-Jan Bloemen en - alwéér - zijn veters strikken. Het zijn de laatste minuutjes voor hij aan de helletocht begint. En dan: capje op, op naar de start. Eerste rang zit ik en meer dan ooit voel ik bij een schaatswedstrijd spanning. De doodse stilte voor het startschot en dan paf, weg. Het begin is niet slecht, maar al snel levert Kramer in op voor de sportgigant ongekende wijze. Per rondje wordt de achterstand groter. Hij heeft problemen met zijn linkervoet en rug, zou later blijken. Problemen die hij verzweeg, die hij nog knap kon verhullen op zijn gewonnen vijf kilometer. Na vijf rondes is het klip en klaar dat Kramer niet gaat winnen. Dat zijn gouden tien er nooit meer gaat komen. En dan is het nog een takkeneind, het restant van die 25 loodzware rondjes. Kramer zakt, met rood aangelopen wangen, naar de zesde plek. Maar dat is het punt niet. Voor Kramer is het winnen of niet winnen. De uitkomst is al ver voor de finishlijn duidelijk.

Keer op keer zie ik ‘m voorbij komen, in de zwaarste, pijnlijkste, meest ontluisterende minuten op het ijs in jaren. Dit is meer dan verliezen. In een vol stadion, voor miljoenen kijkers, schaatst Kramer een afgang tegemoet. Dat is verschrikkelijk en pijnlijk, maar vooral ook bijzonder indrukwekkend. Een groots en waardig verlies van de meest succesvolle schaatser aller tijden. Al zou ik willen wegkijken, elke seconde kijk ik naar ‘m, tot-ie z’n tas heeft ingepakt en in de catacomben is verdwenen. Op het ijs voel ik z’n pijn, kan ik de bloedsmaak bijna proeven en de verzuring bijna voelen. Wát een verlies. Na afloop is er berusting. Alsof hij allang wist dat dit mission impossible was, omdat ook Sven Kramer met zijn ongelooflijke cv gewoon een mens van vlees en bloed is. Met pijntjes ook, die hem langzaamaan van zijn schaatstroon afstoten.

Terug naar het nu. Tweeënhalve week geleden lees ik, inmiddels voetbalverslaggever, op deze site over de contractverlenging van Kramer. ,,Het zou fantastisch zijn om mijn carrière met een olympische gouden plak af te sluiten”, licht hij zijn besluit toe. Logischerwijs gaat hij daarvoor op de vijf kilometer, zijn beste afstand. Ik dwaal even af naar 15 februari 2018 en denk even aan die tien kilometer. Het zal toch niet?

Dit zeiden verslaggevers Lisette van der Geest en Thijs Zonneveld over de 10 kilometer van Kramer in Pyeongchang: