Volledig scherm
Vandaag de dag acteren nog slechts twaalf Brabantse teams op de vier hoogste niveaus van Nederland. © Nancy de Brouwer

'Volleybal is in Nederland een amateursport aan het worden'

BREDA/VUGHT/GELDROP - Honderden, soms zelfs wel meer dan duizend supporters per week. De populariteit van het Brabantse volleybal steeg vanaf het eind van de jaren zeventig tot in het begin van de jaren negentig tot ongekende hoogte. Ingegeven door de sterke professionalisering van de verenigingen en de nodige input van buitenaf schopten Brevok, VVC Vught en VC Geldrop het tot de eredivisie. Brabants volleybal op het allerhoogste niveau; dat bleef bij het grote publiek niet onopgemerkt. Wekelijks trokken de drie zuidelijke pioniers volle zalen. Geen hoekje bleef onbezet. Ondertussen nestelde het nationale team zich in de mondiale top vijf.

De opkomst van het Nederlandse topvolleybal kende zijn absolute apotheose op de Olympische Spelen van 1996. De Nederlandse mannen, met een groot arsenaal aan spelers in de gelederen die voorheen in Brabant actief waren, legden in Atlanta beslag op de gouden plak. Een wereldprestatie. „Wij gingen voor elkaar door het vuur. Iedereen steunde elkaar”, blikt voormalig international Bas van de Goor (ex-VVC) terug.
De spelers van de gouden generatie hadden hun vleugels inmiddels uitgeslagen naar toplanden als Italië. Een gevolg van die exodus in de jaren negentig was de verzwakking van de vaderlandse competitie en daarmee ook de Brabantse bolwerken. Sponsors trokken zich terug en als gevolg daarvan ging in Breda en Geldrop de stekker eruit. De luchtbel was geklapt. Een decennialang verblijf in de eredivisie kwam tot een abrupt einde. VVC Vught daalde na een succesvolle periode enkele jaren later ook af.
Vandaag de dag acteren nog slechts twaalf Brabantse teams op de vier hoogste niveaus van Nederland. Na het omvallen van STV Tilburg in 2013 is geen van allen meer actief in de eredivisie. Een teloorgang van jewelste. „Twaalf nog maar? Poeh, dat is wel erg weinig”, zegt Van de Goor maandag maandag in deze krant. „We hebben mensen met passie en een topsportmentaliteit nodig, zowel spelers als bestuurders en trainers. Spelers gaan tegenwoordig liever naar een lagere club in het buitenland om van daaruit de sprong te maken. Volleybal is in Nederland een amateursport aan het worden. Je verdient er geen dikke boterham aan. Dat is over de grens wel anders. Het avontuur is groter en het salarisstrookje beter.”