Volledig scherm
Maart 2019: Levi Houkes viert het landskampioenschap van Nijmegen Devils. © David van Haren

Eindhoven huisvest bekerfinale: de grenzeloze zoektocht van Nederlandse ijshockeyclubs

Eindhoven huisvest woensdagavond de Nederlandse bekerfinale in het ijshockey. Nijmegen Devils staat deze woensdagavond tegen Heerenveen voor het tweede jaar op rij in de nationale bekerfinale. Vijf vragen over de staat van het Nederlandse ijshockey.

1. Wat stelt Nederland in de ijshockeywereld nog voor?

Niet veel. De hoogtijdagen liggen ver achter ons. In 1980 deed de Nederlandse ijshockeyploeg voor het eerst en voor het laatst mee aan de Olympische Spelen. Het nationale team kwam toen uit in de A-groep, de hoogste categorie voor landenteams met onder meer grootmachten als Canada, de VS, Duitsland en Finland.

Anno 2020 is Oranje een ijshockeydwerg die is afgezakt tot het niveau van D-landen als Spanje en Israël. Het Nederlands team is nu bezig met een reeks voorrondes, voordat het mag deelnemen aan het kwalificatietoernooi (!) voor de Spelen in 2022. Kwalificatie zal hoogstwaarschijnlijk geen moment in zicht komen.

2. Hoe kan het dat het al jaren kwakkelen is voor het Nederlandse ijshockey?

Het belangrijkste antwoord: geld. Of beter: het gebrek daaraan. Clubs hebben het moeilijk om het hoofd financieel boven water te houden. Sponsors zijn voor de relatief kleine sport lastig te vinden en te behouden. Wat niet helpt: duels uit de BeNe-League, de hoogste competitie waar ook Nijmegen Devils in uitkomt, worden zelden uitgezonden op televisie.

Spelers uit het buitenland (in het ijshockey imports genoemd) krikken het niveau flink omhoog, maar zijn kostbaar. Ze komen alleen over uit ijshockeymekka’s als Canada voor een behoorlijk salaris en goede randvoorwaarden. Weinig clubs kunnen die bieden.

Een volledige ijshockeyselectie bestaat al snel uit 25 spelers en een staf. De ijsbaan wordt meestal gehuurd van de gemeente. Jeugdleden werven is lastig. De aanschaf van schaatsen, stick en beschermende kleding maakt ijshockey een dure sport om mee te beginnen.

3. Waarom is de beste club van Nederland – Tilburg Trappers – gevlucht naar Duitsland?

Ook dat heeft alles met het afgezakte niveau te maken. De Tilburgers staken in Nederland sportief, qua organisatie en publieke belangstelling ver boven de rest uit. In Duitsland is ijshockey een grote sport, dus besloot Trappers in 2015 de grens over te steken. Vanaf het vijfde en vierde niveau zijn er in Duitsland al professionele spelers actief, de Tilburgse formatie speelt nu op het derde niveau. De Tilburgers vormen de kern van Oranje.

4.Hoe komt het dat de overige Nederlandse topploegen, zoals Devils en Geleen Eaters, het in hun competitie opnemen tegen Belgen en Duitsers?

Wie goede ijshockeytegenstanders wil treffen, moet op reis. En niet zo’n beetje ook. Om tot meer en spannendere wedstrijden te komen, werden in 2015 de topliga’s van Nederland en België samengevoegd tot de BeNe-League. In die gesloten competitie (degradatie is niet mogelijk) wordt sindsdien gestreden om de twee landstitels – die van België en die van Nederland – én een extra prijs, de overall titel in de BeNe-League. De Nederlandse ploegen strijden daarnaast onderling ook nog om de nationale beker. Devils werd vorig jaar landskampioen en bekerwinnaar.

Dit seizoen legt Devils liefst 5018 kilometer af naar uitwedstrijden. Dat komt omdat er sinds dit seizoen, als experiment, naast de BeNe-League en het bekertoernooi nóg een extra competitie in het leven is geroepen: de Inter Region Cup. 

Behalve Nederlandse en Belgische teams doen daaraan ook Duitse ploegen mee, die in eigen land op het vierde niveau actief zijn. Binnenkort volgt er een evaluatie van de Inter Region Cup, maar de kans dat de proef een vervolg krijgt, is klein. De ijshockeykalender zit nu wel erg vol, zo verloor Devils dit seizoen reglementair een duel omdat de ploeg niet kon spelen vanwege een gebrek aan spelers. De ploeg kampte op dat moment met veel blessures.

5. Is het alleen kommer en kwel met het ijshockey?

Zeker niet! Neem alleen al de bekerfinale van woensdag tussen Nijmegen Devils en Heerenveen Flyers. Het IJssportcentrum in Eindhoven biedt plek aan 2500 fans en zal waarschijnlijk tot de laatste stoel bezet zijn. IJshockeyclubs kunnen rekenen op fanatieke fans, die hun ploeg hartstochtelijk steunen en op de voet volgen. De sfeer zal woensdag uitbundig zijn, zoals vaak bij ijshockeyduels.

Wie besmet raakt met het ijshockeyvirus, blijft dat meestal voor de rest van zijn leven. Op die manier zullen er altijd mensen bezig blijven om topijshockey overeind te houden en door te ontwikkelen. De ijshockeybond moet intussen de aandacht verdelen over de mannen- en vrouwentak. De vrouwen zitten in de lift en worden ondersteund via het NOC-NSF Sportfonds. Wie weet komt een stijgende populariteit wel uit onverwachte hoek, zoals bij meer Nederlandse sporten waar de vrouwen voor groei en prestaties zorgen. 

Volledig scherm
Bryan Vos (rechts) met zijn ploeg Tilburg Trappers in het duel met het Duitse Krefeld. © Pix4Profs / Joris Knapen