Volledig scherm
PREMIUM
Wil Sterenborg, 'toegewijde monnik' als het gaat om de Tilburgse taal. © Joep Eijkens

Tilbörgse taolkundige Wil Sterenborg verdient postume legpenning

columnDat briefje moet ik nog ergens hebben. Getikt op een oude typemachine. Logisch: zelf was hij ook een oud type. Wil Sterenborg. De Tilburgse taalkundige. Wat zeg ik? Dé Tilbörgse taolkundige. Mét streepje. Wil stond op zijn strepen. Altijd en overal. Ook in die brief. Met de hand had hij woorden onderstreept en accenten aangegeven. Zó had ik het moeten schrijven. En niet anders.

Een week eerder had ik een gedicht gemaakt. Over het Toepertoetje, een gebakje dat net was geïntroduceerd. Het was 2008 en ik dacht: als ik daar als Stadsdichter iets over wil schrijven, moet het wel in dialect. Voor een keer. Nou, dat heb ik geweten. Wil Sterenborg belde, Wil Sterenborg schreef, Wil Sterenborg tikte en vooral op mijn vingers. Of ik mij in het vervolg wel aan zijn spelregels zou willen houden, alstublieft. Er was maar één manier om de Tilbörgse taol aan het papier toe te vertrouwen, en dat was zijn manier. Wils wil was wet. En de wet overtreden was strafbaar.