Dingen uit je hoofd leren: is dat nog nodig in tijden van Google?

VideoAnno 2019 kun je alles opzoeken op het internet en stel je gemakkelijk je vraag aan Siri of je Google Home. Dingen uit je hoofd leren lijkt dan ook overbodig geworden. Onderwijswetenschapper Tim Surma gaat in zijn college voor de Universiteit van Nederland* dan ook in op de vraag waarom je in tijden van Google nog iets uit je hoofd zou leren.

,,Eerst en vooral, verwar informatie alsjeblief niet met kennis!”, benadrukt Tim Surma. Informatie staat in een boek, vind je terug op internet of kan je bijvoorbeeld worden verteld door een vriend. Kennis daarentegen is verwerkte informatie in je hoofd. Er is al betekenis aan de informatie gegeven. Om te kunnen beoordelen of informatie correct is, is juist veel kennis noodzakelijk in tegenstelling tot wat sommigen beweren in deze tijden.

Ook, en misschien zelfs vooral, is het in tijden van makkelijk bereikbare informatie van groot belang dat we in onderwijs onze leerlingen een brede en gevarieerde kennisbasis bijbrengen. Zonder achtergrondkennis kun je informatie immers niet op waarde schatten: wat is waar en wat niet? Met de nodige achtergrondkennis leer je ook sneller en onthoud je ook langer.

Quote

Met de nodige achter­grond­ken­nis leer je ook sneller en onthoud je ook langer

Primair en secundair leren

Toch is er een vaak gehoord idee over leren dat – jammer genoeg – in het onderwijs doordringt. Het eerste idee gaat uit van de gedachte dat leren altijd gemakkelijk dient te zijn. Een citaat van Steven Pinker uit zijn boek The Blank Slate is passend om dit idee te weerleggen: ‘Onderwijs is de technologie die probeert goed te maken waar ons menselijk brein heel slecht in is’. Voor sommige onderdelen zoals spreken, wandelen, gezichten herkennen en spelen lijkt het leren makkelijk te gaan, zonder noemenswaardige inspanning. Dit noemen wij biologisch of evolutionair primair leren.

Maar niet al het leren gaat spelenderwijs of spontaan. Voor het leren schrijven, berekeningen maken en teksten vertalen hebben we die natuurlijke aanleg niet. Een kind leert zelf niet om te lezen en lost niet van nature vierkantsvergelijkingen op. Daardoor is het noodzakelijk om, via onderwijs, een aantal van die culturele elementen (elementen die door de mens zelf zijn gecreëerd zoals wiskunde, kunst en natuurkunde) door te geven aan de volgende generaties zodat zij klaar zijn om de fakkel van ons over te nemen. Dit noemen wij biologisch of evolutionair secundair leren.

Creatief denken

Secundair leren moeten we een bewuste plaats geven op scholen – van nature gebeurt het namelijk zelden spontaan. Typerend aan goed onderwijs is dat het (jonge) mensen voorbereidt om als zelfstandige, zelfdenkende, kritische en verantwoordelijke individuen deel te nemen aan de samenleving. Maar ook om creatief te denken, moet je eerst weten wat al bestaat alvorens je ideeën kunt verbinden om tot nieuwe, innoverende ideeën te komen. ,,Om outside the box te kunnen denken, moet je eerst weten wat in the box zit’’.

Moeten we dus nog iets leren in tijden van Google? Volgens Surma is het antwoord zonder enige twijfel ‘ja’. Wat we weten is de grondstof van ons denken. Mensen die veel weten, hebben het hoofd vrij om te denken over complexere problemen. Daarnaast weten we als mens niet wat we niet weten en kunnen we dus ook niet opzoeken wat we niet weten. We kunnen wel opzoeken wat we vergeten zijn of waar we al veel over weten. Laat dit een belangrijke boodschap zijn voor alle scholen in het hele land. ,,Libraries (and knowledge) gave us power!’’ 

*Dit is een wekelijkse bijdrage van de Universiteit van Nederland

De Universiteit van Nederland heeft ook een podcast. Vind afleveringen terug op Spotify en iTunes.

Bekijk hieronder meer video’s van de Universiteit van Nederland:

Volledig scherm
© ANP XTRA
  1. Giechelen en vreugdesprongetjes: ratten zijn volgens onderzoek dol op verstoppertje spelen

    Giechelen en vreugde­spron­ge­tjes: ratten zijn volgens onderzoek dol op verstopper­tje spelen

    Met ratten kun je goed verstoppertje spelen. De knaagdieren zijn experts in het vinden van creatieve schuilplekjes én hebben er zichtbaar plezier in. Dat suggereert althans een Duits onderzoek. Het bewijs? Ze maken vrolijke vreugdesprongetjes en giechelen piepend tijdens een potje verstoppertje. De wetenschappers registreerden het gedrag van de diertjes en publiceerden de bevindingen in het gerenommeerde wetenschappelijke tijdschrift Science.