Volledig scherm
Is het glas halfleeg of halfvol? © Shutterstock

Waarom het glas van pessimisten altijd halfleeg is

De een ziet zelfs in de zwartste momenten van het leven nog een lichtpuntje, terwijl de ander bij de kleinste tegenslag het liefst in bed duikt en een deken over z'n hoofd trekt. Hoe dat kan, hebben neurowetenschappers nu ontdekt.

Neurowetenschappers van de prestigieuze MIT-universiteit (Massachusetts Institute of Technology), vroegen zich af op welke manier pessimisten zich onderscheiden van hun tegenhangers, de optimisten. Dat begrijpen kan helpen bij het verbeteren van de behandeling van mensen die lijden aan angsten of depressies, zegt Ann Graybiel, professor aan het MIT, die het onderzoek deze week publiceerde in het tijdschrift Neuron. ,,Deze psychiatrische problemen zijn nog steeds moeilijk te behandelen.'' 

Daarom bestudeerden zij en haar collega's enkele muizen in conflictsituaties. De beestjes werden gedwongen om een keuze te maken door na te denken over de positieve en negatieve aspecten van hun keuze. De dieren werden op de proef gesteld door een staaltje sap als lekkere beloning te krijgen. Maar dat koppelden wetenschappers aan een onaangename stimulans: een zuchtje wind in hun snuit. De keuze van de muizen was zo afhankelijk van een ‘eenvoudige’ kosten-batenanalyse.

Piekeren 

De besluitvorming bij muizen was vrij simpel. Als de het sapje - de beloning - voldoende groot was, en de onaangename stimulus - de wind in hun snoet - was klein, kozen ze zonder aarzelen voor de beloning. Die was de kleine en korte hinder wel waard. De positieve beloning won van de negatieve gevolgen.

Volledig scherm
Neurowetenschappers hebben ontdekt dat als het zogeheten nucleus caudatus wordt gestimuleerd, er pessimistische gevoelens ontstaan. © Anatomography/Life Science Databases

Maar als de wetenschappers een specifiek hersengebied, de nucleus caudatus, stimuleerden met een beetje elektrische stroom verloren de meeste muizen hun beloning uit het oog. Ze werden als het ware verlamd: ze concentreerden zich vooral op de onaangename stimulus. Ze piekerden vooral in plaats van reikhalzend uit te kijken naar een beloning. ,,De dieren overschatten het nadeel ten opzichte van het voordeel'', stelt Graybiel.

Depressies en angststoornissen

Omdat het activeren en stimuleren van het specifieke hersengebied zo’n groot en negatief effect heeft, kan de ontdekking wat betekenen voor de behandeling van depressies en angststoornissen. De onderzoekers vermoeden dat het hersengebied een verstoring van dopamine-aanmaak veroorzaakt. En dopamine is niet toevallig een beloningshormoon dat onder andere verantwoordelijk is voor ons geluk. Een tekort aan dopamine zorgt voor een sloom, vermoeid en gedeprimeerd gevoel. 

Graybiel werkt nu samen met psychiaters in het McLean Hospital in de VS om patiënten te bestuderen die lijden aan depressie en angst. Ze onderzoeken met behulp van een MRI-scan hun hersenen abnormale activiteit vertonen bij het nemen van beslissingen.

Zou een depressie dan makkelijk op te lossen zijn met wat drugs? Nee, natuurlijk niet. Hoewel veel soorten drugs waaronder opiaten zoals heroïne, de productie van dopamine verhogen, is dat effect slechts tijdelijk. En omdat ze de dopamine-aanmaak verstoren, is de kans op depressies opnieuw groter wanneer het lichaam even geen opiaten meer binnenkrijgt. 

Wat wel vaststaat, is dat het hersengebied verantwoordelijk voor een verstoring van de dopamine-aanmaak, actiever functioneert bij pessimisten dan bij optimisten.