Volledig scherm
De lupine. © Shutterstock

De lupine kun je het beste zelf zaaien en nu is het moment

Eigen tuin eerstTuingoeroe Romke van de Kaa vertelt elke week hoe je een lustoord maakt van een dorre lap grond. Deze week zoomt hij in op een plant die kleiner wordt, maar die je toch vooral zelf moet zaaien. 

Wij lijden aan een soort Madurodam-syndroom. Alles in de tuin moet kleiner. Er bestaat angst voor grote planten. Nu weet ik wel dat de gemiddelde tuin steeds kleiner wordt. Waarom zouden planten dan ook niet kleiner mogen worden? Toch denk ik dat het een misvatting is om in een kleine tuin kleine planten te zetten. Je maakt meer indruk met drie welgekozen grote planten dan met dertig kleintjes.

Madurodam-syndroom

Ook de lupine is ten prooi gevallen aan het Madurodam-syndroom. Vroeger was de lupine een statige plant met een bloemstengel van een meter lang. Nu koop je dwerglupinen die vermarkt worden onder de naam ‘Gallery Mixture’. Het grappige van deze dwergen - nu ja, dwergen, ze worden nog altijd ruim een halve meter hoog - is dat de bloemen even groot zijn als die van de klassieke lupine. Alleen de bloemstengel is korter, alsof iemand hem heeft ingekort.

Nog niet zo lang geleden zaaide je lupinen, maar in onze gemaksmaatschappij gaan ook tuincentra graag met de mode mee door volwassen lupineplanten in een grote pot in volle bloei te verkopen. Nog een paar jaar, en je hoeft ook niet meer met planten te slepen. Dan krijg je ze thuisbezorgd. En, wie weet, ook nog geplant. Voor de leverancier is zo’n dwerglupine in een pot wel handig: hij valt niet om bij het minste geringste windvlaagje.

Goedkoper

Volledig scherm
© Shutterstock

Ik ben niet krenterig, vind ik zelf, maar ik vind het toch zonde om voor een lupine in een pot 5 euro of meer te betalen. Terwijl je voor minder dan de helft van dat bedrag een zakje lupinezaad kunt kopen waaruit je met gemak vijftig planten opkweekt. Wel is het zo dat het ook hier om zaad van dwergen gaat, want de klassieke lupine verdwijnt.

Het zaaien van lupine is eenvoudig. Doe het nu, om volgend jaar een forse bloeiende plant te hebben. Week de harde zaadjes een nacht in lauw water en zaai ze in perspotjes. Dat zijn potjes die uit een soort turf zijn geperst en die eruit zien als een grof uitgevallen eierdoos. Als je die potjes losscheurt kun je ze straks met plant en al planten.

Leg in ieder potje één zaadje. Meer hoeft niet, want alle zaden kiemen. Tenminste, als de kwaliteit van het zaad goed is. Bedek het zaad met een paar millimeter grond.

Lupinezaden kiemen onregelmatig, dus wanhoop niet als na twee weken nog niet alle plantjes boven staan. Zet de perspotjes buiten. En geef iedere dag water, want hoe kleiner het potje, hoe sneller het uitdroogt. Plant de jonge planten met potje en al uit als ze 10 centimeter hoog zijn.

In het Gallery-mengsel krijg je gemengde kleuren, van lichtgeel tot kobaltblauw en donkerrood. De bloem van een lupine is mooi, maar mooier nog is de regendruppel die na een bui als vloeibaar zilver middenin een blad blijft liggen.