Volledig scherm
Huurders in de vrije sector houden minder geld over dan woningeigenaren, zo onderzocht Rabobank. Ze kunnen daardoor moeilijker sparen, waardoor de ongelijkheid groeit. © ANP XTRA

Huurders vrije sector komen niet aan sparen toe: ‘Koopwens onhaalbaar’

Je bent tussen de 20 en 45 jaar en verdient te veel voor een sociale huurwoning, maar een huis kopen is onhaalbaar. Een grote groep Nederlanders zit in die situatie en betaalt relatief veel aan woonlasten (huur). Sparen is zó lastig voor ze, dat de wens van een koophuis ver weg blijft. 

De Rabobank heeft deze groep onder de loep gelegd en ziet dat de kans twee keer zo groot is dat huurders geen of weinig spaargeld hebben (minder dan 2500 euro) ten opzichte van huizenbezitters van dezelfde leeftijd. Zij zijn daardoor slechter in staat om financiële tegenvallers op te vangen. Het ontbreekt ze aan belastingvoordeel die sociale huurders (huurtoeslag) en huizenkopers (hypotheekrenteaftrek) wel hebben. 

,,Dat het verschil in woonlasten tussen huizenbezitters en huurders groot is, was bekend. Maar wij hebben gekeken naar het spaargedrag. En dan blijkt dat huurders daadwerkelijk meer moeite hebben om te sparen”, zegt econoom Nic Vrieselaar van de Rabobank, die samen met collega Carlijn Prins onderzoek deed naar jonge huurders in de vrije sector. Ruim tienduizend klanten vulden een enquête in. ,,Het onderscheid tussen huurders en kopers blijft aanwezig als je verschillen in leeftijd, inkomen, provincies en attitudes over sparen wegneemt”, aldus Vrieselaar. 

Ongelijkheid

Volgens de economen wijst dat erop dat de vaste lasten van huurders in de vrije sector momenteel te hoog zijn om iets op te kunnen bouwen. Vrieselaar: ,,Dat versterkt de vermogensongelijkheid. Huurders bouwen geen vermogen op terwijl kopers dat wel doen én ze sparen niet of nauwelijks. Mensen die wel kunnen kopen, dankzij de overwaarde van hun vorige huis of ouders die schenken, hebben daardoor een langdurige voorsprong. Terwijl het inkomen misschien gelijk is.”

Het roept volgens Vrieselaar de vraag op wat we willen in Nederland. ,,Financiële zelfredzaamheid en op een zeker moment toch een eigen huis? Dankzij de stijgende huizenprijzen en strenge hypotheekvoorwaarden wordt dat alleen maar lastiger en het helpt ook niet dat de studenten van nu straks met een studieschuld zitten. Een koophuis is misschien niet voor iedereen het beste, maar het alternatief is zo duur dat het door huurders niet als volwaardig wordt gezien.”

Quote

Een koophuis is misschien niet voor iedereen het beste, maar het alterna­tief is zo duur dat het door huurders niet als volwaardig wordt gezien

Nic Vrieselaar, Econoom Rabobank

Het Nationaal Instituut voor Budgetvoorlichting (Nibud) doet komend jaar in ieder geval iets voor tweeverdieners, want het tweede salaris mag dan voor 80 procent meetellen in plaats van 70 procent dit jaar. Ook zijn er her en der initiatieven om de doelgroep die zo duur huurt een zetje te geven. BLG Wonen (dochter De Volksbank) doet een proef waarbij een hoge huur wordt meegewogen in het bepalen van de hoogte van een hypotheek. Ook andere banken zijn op zoek naar meer mogelijkheden om de kredietwaardigheid van huizenkopers te kunnen inschatten. Het Nibud en toezichthouder AFM waarschuwen wel: strenge hypotheeknormen zijn er niet voor niets. Huizenbezitters worden geacht meer te sparen voor onvoorziene uitgaven en onderhoud aan de woning. Bovendien kan in mindere tijden de waarde van hun woning dalen. 

Later kopen

Toch is het verschil met koopwoningen wel heel groot, vindt Edwin van Tilburg. Hij bedacht als makelaar en projectontwikkelaar het concept Koop Later (Kolat). ,,Het gaat precies om de doelgroep die tussen wal en schip belandt: te arm om te kopen en te rijk voor een sociale huurwoning. Bij ons kunnen ze een huis huren dat ze op het moment dat ze er klaar voor zijn, kunnen kopen.” 

In het plaatsje Zeeland in Brabant zijn dit jaar de eerste huizen volgens het Kolat-idee gebouwd. ,,Het werkt zo: stel, het huis kost 200.000 euro, gewoon de marktwaarde. Dan legt de huurder die prijs vast, zonder hypotheek. Hij of zij betaalt vervolgens gewoon huur, bijvoorbeeld 900 euro. Van die huur zetten wij 250 euro apart, dat we van de huizenprijs afhalen. Als de huurder na vier jaar het huis wil kopen, dan is nog maar 188.000 euro aan hypotheek nodig. Zo stellen we de huurders in staat om alsnog vermogen op te bouwen.”

Van Tilburg ziet het als zijn maatschappelijke verantwoordelijkheid om de doelgroep te bedienen. ,,Momenteel kunnen we nog maar een deel van onze woningen op deze manier verkopen. Het helpt ons dat gemeenten geïnteresseerd zijn om huurders in de vrije sector op termijn te helpen aan een koopwoning. Wij komen in beeld om ze dat zetje te geven.”